Beleidswijziging ten tijde van boeteoplegging niet aannemelijk, gelijkheidsbeginsel geschonden

Belanghebbende drijft een eenmanszaak (administratiekantoor A). In 2014 start de Inspecteur een boekenonderzoek naar de aanvaardbaarheid van de aangiften omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 2009 t/m 31 december 2013. Naar aanleiding van dit onderzoek legt de Inspecteur naheffingsaanslagen omzetbelasting op en vermeerdert dit bedrag met vergrijpboetes van 50%.

In bezwaar wordt de naheffingsaanslag verminderd. Belanghebbende stelt op 17 augustus 2015 beroep in bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant. In geschil is enkel nog de hoogte van de opgelegde vergrijpboete.

Voor de rechtbank heeft belanghebbende zich beroepen op de ongedateerde notie ‘Uitgangspunten bestuurlijke boetes bij het project Balansschulden OB’. In het kader van dit project zijn belastingplichtigen in 2013 aangespoord suppletieaangiftes in te dienen ten aanzien van nog te betalen OB. Voor zover hier relevant is in voornoemde notie vermeld dat belastingplichtigen die na afloop van de communicatieronde niet hebben voldaan aan deze oproep niet worden onderworpen aan een schuldonderzoek en dat volstaan wordt met een verzuimboete van 10% met een maximum van € 4.920, indien het signalen van onder de € 50.000 betreft. Hiervan was bij belanghebbende sprake.

De Inspecteur heeft aangevoerd dat inmiddels een beleidswijziging heeft plaatsgevonden en dat in gevallen waarin ernstige bedenkingen bestaan alsnog een schuldonderzoek wordt ingesteld, ook als het gaat om signalen van onder de € 50.000. Door de Inspecteur is hierbij verwezen naar een brief van de Belastingdienst d.d. 8 mei 2015. Van dergelijke bedenkingen was, zo heeft de Inspecteur aangevoerd, bij belanghebbende sprake.

De rechtbank overweegt als volgt. Uit de brief van de Belastingdienst blijkt dat het beleid ten aanzien van bestuurlijke boetes bij het project Balansschulden OB ergens tussen 2013 en 8 mei 2015 is gewijzigd in die zin, dat een uitzondering voor gevallen van ernstige bedenkingen is toegevoegd. Het is evenwel aan de Inspecteur om te stellen en aannemelijk te maken wanneer die wijziging heeft plaatsgevonden. Nu de Inspecteur dit niet heeft gedaan, acht de rechtbank het beleid zoals geformuleerd in de notitie van toepassing op de aan belanghebbende opgelegde vergrijpboetes. Dit brengt mee dat een boete van 50% in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. De rechtbank verlaagt de boetebeschikkingen tot 10% van de te betalen omzetbelasting.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2016:1440