Beroep op het vertrouwensbeginsel verworpen

Eiseres is een stichting die ten doel heeft fondsen te werven ten behoeve van de bij haar aangesloten voedselbanken. Zij heeft daarvoor het concept ‘‘één voor voedsel’’ ontwikkeld. Dit concept houdt in dat gasten van aangesloten restaurants een donatie van € 1 per couvert ten behoeve van de voedselbanken kunnen doen. Eiseres verricht tevens verschillende werkzaamheden ten behoeve van de deelnemende restaurants, zoals het vermelden van de naam van de restaurants op haar website. In 2013 start eiseres een pilot waarbij de deelnemende restaurants 100% korting krijgen bij deelname aan het concept. De deelnemende restaurants in 2014 krijgen gedurende een jaar een korting van 80% op de fee. Vanaf 2014 wordt dus een bedrag in rekening gebracht (+ 21% btw).

Eiseres heeft bij brief van 5 maart 2013 de Belastingdienst geïnformeerd over haar activiteiten en uiteengezet op welke gronden zij van mening is dat zij als ondernemer voor de Wet OB dient te worden aangemerkt. Zij verzoekt hierbij om bevestiging van haar standpunt.
Omdat eiseres geen antwoord ontving, heeft zij telefonisch contact opgenomen met een medewerker van de btw-afdeling van de Belastingdienst. Vervolgens ontving eiseres bij brief van 29 mei 2013 een bericht dat zij belastingplichtig is voor de omzetbelasting. Vier maanden later komt de Belastingdienst hierop terug. De inmiddels verleende btw-teruggaven in deze periode worden bij eiseres nageheven.

Primair is in geschil of de activiteiten van eiseres leiden tot de kwalificatie als ondernemer in de zin van de Wet OB en (subsidiair) zo ja, of een pre-pro rata moet worden toegepast op de in aftrek gebrachte omzetbelasting. Meer subsidiair is in geschil of eiseres aan de registratie als ondernemer voor de omzetbelasting het vertrouwen mocht ontlenen dat zij recht heeft op aftrek van alle aan haar in rekening gebrachte voorbelasting.

De fondsverwerving voor de voedselbank moest volgens de rechtbank worden beschouwd als de hoofdactiviteit van de stichting. Voor de fondswervende activiteiten betaalden de voedselbanken geen vergoeding aan eiseres. Volgens de rechtbank zijn deze activiteiten daarom geen economische activiteiten. Echter, de stichting verrichtte volgens de rechtbank wel economische activiteiten ten behoeve van de restaurants. De opbrengsten van deze economische activiteiten waren in het jaar 2013 echter nihil. Eiseres heeft daarom (op grond van de pre-pro rata verdeling) geen recht op aftrek van voorbelasting.

Een beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt evenmin. Voor een geslaagd beroep moet worden beoordeeld of eiseres aan de uitlatingen of handelingen van verweerder het in rechte te beschermen vertrouwen mocht ontlenen dat eiseres niet alleen kwalificeerde als ondernemer in de zin van de wet, maar tevens dat alle aan haar in rekening gebrachte btw als aftrekbare voorbelasting kan worden aangemerkt. De rechtbank is van oordeel dat in de brief van 29 mei slechts wordt vermeld dat eiseres als ondernemer wordt aangemerkt, hetgeen terecht is. In deze brief is niet vermeld dat en aan de brief kan ook niet het vertrouwen worden ontleend dat eiseres voor al haar activiteiten als ondernemer wordt aangemerkt. Evenmin is in deze brief te lezen dat eiseres aanspraak kan maken op aftrek van alle aan haar in rekening gebrachte voorbelasting. Zij had ook nog geen antwoord gekregen op haar brief van 5 maart 2013, waardoor zij ook om die redden er niet van mocht uitgaan dat haar registratie als ondernemer volledig recht op aftrek van voorbelasting met zich mee zou brengen. Hieraan doet niet af dat aan eiseres op haar verzoek twee teruggaven zijn verleend, aangezien dergelijke verzoeken altijd zonder onderzoek worden ingewilligd en reeds daarom geen vertrouwen kunnen wekken.

Rechtbank Gelderland, 12 november

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBGEL:2015:6876