Bij een uitspraak op bezwaar gedaan ná 1 juli 2011 is een informatiebeschikking vereist voor omkering van de bewijslast

In de onderhavige zaak heeft de Inspecteur naar aanleiding van een bij belanghebbende ingesteld boekenonderzoek een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd. De naheffingsaanslag is bij uitspraak op bezwaar – ná 1 juli 2011 – van de Inspecteur gehandhaafd. Echter, de Inspecteur heeft met betrekking tot de naheffingsaanslag niet een informatiebeschikking ex artikel 52a, lid 1, AWR vastgesteld. Het Hof heeft geoordeeld dat reeds vanwege het niet nakomen van de administratieve verplichtingen de bewijslast moet worden omgekeerd en verzwaard. Belanghebbende gaat in cassatie tegen de uitspraak van het Hof en meent dat de bewijslast niet kan worden omgekeerd en verzwaard zonder informatiebeschikking.

Onder verwijzing naar zijn arrest van 2 oktober 2015 (ECLI:NL:HR:2015:2795) oordeelt de Hoge Raad dat voor elke vanaf 1 juli 2011 gedane uitspraak op bezwaar heeft te gelden dat de inspecteur zich kan beroepen op de omkering en verzwaring van de bewijslast indien hetzij een informatiebeschikking onherroepelijk is geworden, hetzij de vereiste aangifte niet is gedaan. Het uitsluitend niet nakomen van de administratieve verplichtingen is onvoldoende voor omkering en verzwaring van de bewijslast. Het (gewijzigde) artikel waaruit dit volgt – artikel 25, lid 3, AWR – is per 1 juli 2011 in werking getreden. Er is niet voorzien in overgangsrecht. Aan de bepaling komt dan ook onmiddellijke werking toe.

In casu was de uitspraak op bezwaar gedaan ná 1 juli 2011 en was er geen informatiebeschikking vastgesteld. De uitspraak van het Hof kan daarom niet in stand blijven. Verwijzing volgt, waarbij tot behandeling moet komen de stelling van de Inspecteur dat niet de vereiste aangiften is gedaan.

Hoge Raad, 9 oktober 2015
http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2015:2987