Hoge Raad verwijst in de zaak Schoenimport “Italmoda”

Op 18 december 2014 (ECLI:EU:C:2014:2455) beantwoordde het Hof van Justitie de prejudiciële vragen die door de Hoge Raad waren gesteld in de zaak Schoenimport “Italmoda”.

In deze zaak ging het om de vraag of nationale autoriteiten aftrek, vrijstelling of teruggaaf van btw dienden te weigeren als vast kwam te staan dat belastingplichtigen deelnamen aan btw-fraude en zij wisten of hadden moeten weten dat zij daaraan deelnamen, ook indien de nationale wet niet voorzag in bepalingen van die strekking en de btw-fraude in een andere lidstaat plaatsvond.

A-G Ettema heeft op 1 februari 2016 (ECLI:NL:PHR:2016:28) conclusie genomen in deze zaak. Voor een uitgebreide samenvatting van deze conclusie verwijzen wij naar:

http://www.debontspoton.nl/btw-formeel/a-g-goede-trouw-is-voorwaarde-voor-de-toepassing-van-het-recht-op-aftrek-het-nultarief-en-teruggaaf-van-btw/.

De Hoge Raad vernietigt nu de uitspraak van Hof Amsterdam en verwijst de zaak voor verdere behandeling naar Hof Den Haag.

De Hoge Raad overweegt daarbij dat het aan de nationale autoriteiten en rechterlijke instanties staat om een belastingplichtige in het kader van een intracommunautaire levering de toepassing te weigeren van het recht op aftrek, vrijstelling of teruggaaf van btw. Dit is ook het geval indien de nationale wet niet voorziet in bepalingen van die strekking, indien aan de hand van objectieve gegevens komt vast te staan dat de belastingplichtige wist of had moeten weten dat hij met de handeling waarvoor aanspraak op het betrokken recht wordt gemaakt, deelnam aan fraude ter zake van de btw in het kader van een keten van leveringen. Dit geldt onverkort indien dergelijke fraude niet in Nederland maar in een andere lidstaat heeft plaatsgevonden. Het Hof had daarom niet in het midden mogen laten wat de betrokkenheid van belastingplichtige bij de fraude is geweest.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2016:442

Zie in dit kader ook de onderstaande soortgelijke uitspraken van de Hoge Raad van 18 maart 2016:

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2016:441
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2016:440