Ondanks het gebrek aan gronden is het bezwaarschrift ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard

Eiser voert een onderneming die zich bezighoudt met advertentieacquisitie en de uitgifte van bedrijvengidsen. In 2014 start de Inspecteur (hierna: verweerder) een boekenonderzoek naar de aanvaardbaarheid van eisers aangiften omzetbelasting voor de jaren 2009 tot en met 2011. Nog voordat het controlerapport is overgelegd, legt verweerder ter behoud van rechten een naheffingsaanslag omzetbelasting alsmede een vergrijpboete op ten aanzien van het jaar 2009. Eiser maakt hiertegen bezwaar.

In het bezwaarschrift vermeldt eiser:

”Wij verzoeken om mondeling gehoord te willen worden inzake deze naheffingsaanslag en zullen dan ook gedetailleerd deze aanslag bestrijden.”

Verweerder heeft eiser vervolgens tweemaal verzocht om zijn bezwaarschrift nader te motiveren. Daarbij is eiser tevens te kennen gegeven dat het bezwaarschrift niet-ontvankelijk wordt verklaard, indien hij zijn verzuim niet voor die datum heeft hersteld. Eiser heeft hierop niet gereageerd. Verweerder heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Voor de rechtbank is in geschil of verweerder het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het ontbreken van gronden in het bezwaarschrift.

De rechtbank stelt vast dat ten tijde van het boekenonderzoek de beschikkingen zijn vastgesteld, waarvan nog geen (concept)verslag was opgesteld. Het rapport van het boekenonderzoek is pas tijdens de beroepsfase gereedgekomen. Nu volgens de rechtbank ook niet gebleken is dat eiser anderszins op de hoogte was van de onderbouwing van de bestreden beschikkingen, oordeelt zij dat eiser ten tijde van het nemen van de beschikkingen niet bekend was met de grondslag van de bestreden beschikkingen.

Vervolgens overweegt de rechtbank dat indien de bestreden beschikkingen niet meer bevatten dan de hoogte van de vastgestelde bedragen, met betrekking tot de motivering van het daartegen gerichte bezwaar geen verdere eis kan worden gesteld dan dat uit het bezwaarschrift blijkt dat eiser zich niet met de vastgestelde te betalen bedragen kan verenigen. Daarvan is in dit geval sprake. Voorts meent de rechtbank dat niet-ontvankelijkverklaring in dit geval temeer klemt, nu eiser expliciet heeft verzocht om te worden gehoord teneinde zijn bezwaar nader toe te lichten.

De rechtbank verklaart het beroep gegrond en wijst de zaak terug naar verweerder.

Rechtbank Noord-Nederland, 21-6-2016

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2016:3461