Verdedigingsbeginsel van toepassing bij aansprakelijkstelling op de voet van de Invorderingswet voor btw-schulden

Belanghebbende was bestuurder van een besloten vennootschap. De vennootschap is op 22 maart 2006 op verzoek van belanghebbende failliet verklaard. Aan de vennootschap zijn naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd. Belanghebbende is bij beschikking van de Ontvanger op de voet van artikel 36 van de Invorderingswet aansprakelijk gesteld voor de naheffingsaanslagen. De Ontvanger had belanghebbende voorafgaand niet ingelicht en geen inzage verleend in het controlerapport.

Bij het Hof was onder andere in geschil of de Ontvanger hierdoor belanghebbendes rechten van de verdediging heeft geschonden. Het Hof oordeelde dat de rechten van de verdediging niet waren geschonden, nu de Ontvanger een zodanig belang heeft bij een doelmatige invordering dat hij in dit geval mocht overgaan tot aansprakelijkstelling zonder het controlerapport vooraf toe te zenden. Het Hof liet daarbij in het midden of het handelen van de Ontvanger aan het beginsel van eerbiediging van de rechten van de verdediging moest worden getoetst.

Uit rechtspraak van het Hof van Justitie leidt de Hoge Raad af dat dit het geval is. De verplichting om rechten van de verdediging te eerbiedigen is een beginsel van het recht van de Europese Unie. Dat beginsel geldt wanneer (bezwarende) besluiten worden genomen.De aansprakelijkstelling voor verschuldigde omzetbelasting op de voet van artikel 36 Invorderingswet is een dergelijk bezwarend besluit.

Het beginsel brengt in het bijzonder mee dat een ieder het recht heeft om te worden gehoord alvorens een besluit wordt genomen dat zijn belangen op nadelige wijze kan beïnvloeden. De eerbiediging van de rechten van de verdediging heeft geen absolute gelding, maar kan beperkingen inhouden.

De Ontvanger dient derhalve omstandigheden aan te voeren die kunnen rechtvaardigen waarom hij de betrokken bestuurder niet van te voren in kennis heeft gesteld van zijn voornemen tot aansprakelijkstelling. Het niet vooraf horen van een bestuurder bij een aansprakelijkstelling wordt echter niet gerechtvaardigd door het in algemeen bestaande belang van de Ontvanger bij invordering van een belastingschuld. Een en ander moet worden gerechtvaardigd door omstandigheden die in het individuele geval daartoe noopten. De zaak wordt verwezen.

Hoge Raad, 14 augustus 2015

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2015:2161