Conclusie A-G Ettema: teruggaaf accijns over gestolen goederen die nadien onder ambtelijk toezicht zijn vernietigd

Vanuit Roemenië vervoerde X sigaretten onder schorsing van accijns naar de AGP van BV A in Nederland. Bij aankomst in Nederland ontbraken 6 pallets sigaretten, waarover X accijns betaalde in Nederland vanwege een onregelmatige onttrekking. Een gedeelte van de sigaretten werd vervolgens bij een controle teruggevonden door de Franse autoriteiten en na de inbeslagneming op een later tijdstip vernietigd. Omdat X de accijns reeds had voldaan verzocht X de Nederlandse douaneautoriteiten om een accijnsteruggaaf voor het gedeelte van de onder toezicht van de Franse autoriteiten vernietigde sigaretten. Dit verzoek werd geweigerd waarna X beroep instelde.

De mogelijkheid tot teruggaaf van reeds voldane accijns voor accijnsgoederen die onder ambtelijk toezicht zijn vernietigd, geldt voor goederen die tot de bedrijfsvoorraad behoren. In geschil is dan ook of in het onderhavige geval de sigaretten behoren tot de bedrijfsvoorraad, en hoe dit begrip moet worden uitgelegd. De Rechtbank was van mening dat de goederen tot de bedrijfsvoorraad behoorden tot aan het moment van vernietiging en kende de teruggaaf toe. De teruggevonden goederen behoorden tot aan de vernietiging bij X tot de bedrijfsvoorraad. Daarmee bleef volgens de Rechtbank het economisch risico tot aan de afboeking bij X. Het Hof oordeelde anders en vond dat de goederen niet tot de bedrijfsvoorraad behoorden omdat X op het moment van vernietiging niet de fysieke beschikkingsmacht had over de goederen. 

A-G Ettema stelt dat de beoordelingsbevoegdheid van de Nederlandse wetgever niet zo ver strekt dat gestolen accijnsgoederen uitgesloten mogen worden van het begrip “bedrijfsvoorraad” en neemt daarbij in aanmerking het beginsel van fiscale neutraliteit. Mocht de Hoge Raad van oordeel zijn dat de uitleg van de voorwaarde “tot een bedrijfsvoorraad behoren” een nationale aangelegenheid is, dan komt de A-G tot de conclusie dan onder deze voorwaarde moet worden verstaan “boekhoudkundige bedrijfsvoorraad”. De A-G adviseert de Hoge Raad de hofuitspraak te vernietigen en de uitspraak van de Rechtbank te bevestigen en aldus de teruggaaf accijns te verlenen.

Conclusie A-G Ettema, Hoge Raad, 13 april 2018

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2018:425