Geen verplichting tot bijtelling betaalde royalty’s volgens Hof Amsterdam

BV X deed in opdracht van BV A, maar in eigen naam en voor eigen rekening, invoeraangiften voor schoeisel en kleding(accessoires). BV A had voor die producten een licentieovereenkomst afgesloten met Y Inc. In geschil is of de door BV A aan Y Inc. betaalde royalty’s voor de vaststelling van de douanewaarde moeten worden opgeteld bij de transactieprijs die was overeengekomen tussen BV A en de diverse fabrikanten. De inspecteur meent van wel en heeft daartoe UTB’s uitgereikt.

Hof Amsterdam komt tot een ander oordeel. Volgens het Hof dient primair de vraag te worden beantwoord “of betaling (direct of indirect) van de royalty’s door [A], een voorwaarde voor verkoop is geweest (“a condition of sale”) bij de transactie tussen de fabrikanten enerzijds en [A] anderzijds”. Belanghebbende (en BV A) weerspreekt het bestaan van een dergelijk voorwaarde in de overeenkomst en daarmee rust de bewijslast op de inspecteur. Naar het oordeel van het Hof volgt uit deze overeenkomst weliswaar dat stringente (kwaliteits)eisen waaraan zowel de goederen als de door BV A te contracteren partijen dienen te voldoen, doch is hiermee niet aannemelijk geworden dat de fabrikanten op enigerlei wijze betaling van de royalty’s aan C kunnen verlangen en kan er reeds daarom geen sprake zijn van de verplichting tot bijtelling als bedoeld in art. 32, eerste lid, onder c, CDW.

Hof Amsterdam heeft op deze dag nog twee arresten gewezen die op dezelfde leest zijn geschoeid. De zaak met nummers 13/00559 en 13/00560 betrof een gelijksoortig feitencomplex. In de andere zaak met nummers 13/00561 en 13/00562 waren de UTB’s uitgereikt aan de importeur zelve. In deze beide zaken zijn de UTB’s ook (deels) vernietigd. In de zaak met betrekking tot de importeur kwam mede aan de orde of de importeur verbonden is met C, hetgeen tot bijtelling van de royalty’s voor de douanewaarde van de goederen kan leiden. Het Hof oordeelt dat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat C de importeur rechtstreeks of zijdelings controleert. Zodoende is er geen sprake van de vereiste verbondenheid voor verplichte bijtelling langs deze weg.

Instantie: Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak: 30-04-2015

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHAMS:2015:3414
http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHAMS:2015:3422
http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHAMS:2015:3423