Schending van verdedigingsbeginsel leidt niet tot vernietiging van UTB’s

In 2002 plaatst X BV twee partijen knoflook onder de douaneregeling extern communautair douanevervoer. De partijen zijn niet aangebracht bij het kantoor van bestemming, de T1 documenten werden niet gezuiverd en in januari 2003 volgt een ‘Mededeling niet beëindiging regeling douanevervoer T1’, waarna in september 2003 uitnodigingen tot betaling (hierna: UTB) volgden.

Het Hof stelt vast dat na januari 2003 de inspecteur X BV niet meer heeft bericht over de T1 documenten. Het Hof oordeelt dat de inspecteur niet heeft voldaan aan de eisen die het HvJ heeft gesteld aan het eerbiedigen van de rechten van de verdediging. In de mededelingen wordt immers geen melding gemaakt van het voornemen tot het uitreiken van een UTB. Evenmin zijn in de mededelingen de elementen vermeld waarop de UTB’s zijn gebaseerd, zoals waarde, tarief en het belastingbedrag.

Echter leidt deze schending pas tot een nietigverklaring, wanneer de gevolgde procedure zonder deze onregelmatigheid een andere afloop had kunnen hebben. X BV stelt dat zij maatregelen zou kunnen hebben treffen jegens haar inmiddels failliete opdrachtgever, ware zij eerder van de UTB’s op de hoogte geweest . Het Hof oordeelt echter dat de eerbieding van de rechten van de verdediging enkel ziet op de mogelijkheid tot verdediging tegen de op te leggen UTB’s, en niet tot doel heeft belanghebbendes verhaalpositie jegens derden te versterken.

Tevens heeft belanghebbende betoogd dat zij in de fase voorafgaand aan het uitreiken van de UTB’s effectiever verweer zou kunnen hebben voeren. Het Hof volgt belanghebbende niet in die stelling. Gesteld noch gebleken is dat belanghebbende door het rauwelijks uitreiken van de UTB’s de mogelijkheid is ontnomen een vergissing te corrigeren of individuele omstandigheden aan te voeren die ervoor pleiten dat de UTB’s niet of voor een lager bedrag zouden worden vastgesteld.

Belanghebbende stelt verder dat met de douane een afspraak is gemaakt dat geen UTB zou worden opgelegd in ruil voor medewerking aan nieuwe zendingen knoflook. Naar het oordeel van het Hof volgt uit de door belanghebbende overgelegde documenten niet dat de gestelde afspraak daadwerkelijk is gemaakt, met gevolg dat het hoger beroep ongegrond wordt verklaard.

Gerechtshof Amsterdam, 12 maart 2015

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHAMS:2015:2074