2 jaar gevangenisstraf voor verdachte die namens derden ten onrechte toeslagen heeft aangevraagd

Aan verdachte is tenlastegelegd dat hij de Belastingdienst heeft opgelicht door ten onrechte namens anderen toeslagen aan te vragen en uit te laten betalen op bankrekeningen waarover hij de beschikking had.

Het Hof overweegt dat verdachte op grote schaal en gedurende langere tijd de Belastingdienst heeft opgelicht door ten onrechte huurtoeslagen aan te vragen en te laten uitbetalen op bankrekeningen waarover verdachte kon beschikken. De verdachte handelde hierbij beroepsmatig en heeft zich naar het oordeel van het Hof niet bekommerd om het feit dat de huurders het risico liepen dat zij door de Belastingdienst zouden worden aangesproken tot terugbetaling van de onterecht uitbetaalde huurtoeslagen. Met gebruikmaking van diverse Nederlandse en buitenlandse vennootschappen heeft verdachte naar het oordeel van het Hof bovendien geld weggesluisd naar het buitenland. Uit e-mailberichten blijkt dat verdachte bewust een handelwijze gebruikte, waarbij er zo min mogelijk geld op zijn eigen naam stond.

Het Hof komt  – evenals de Rechtbank –  tot een bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten. Slechts ten aanzien van de strafmotivering komt het Hof tot een ander oordeel dan de Rechtbank in eerste aanleg.

Het Hof heeft in het nadeel van de verdachte meegewogen dat verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke delicten. Verdachte liep voorts nog in een proeftijd van deze eerdere veroordeling. Het Hof overweegt verder dat verdachte zijn praktijken nog heeft voortgezet nadat hij enige tijd in voorarrest had doorgebracht. Dit heeft verdachte er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te (blijven) plegen, zo luidt het oordeel van het Hof. Wel weegt het Hof in het voordeel van verdachte mee dat de redelijke termijn is overschreden.

Het Hof veroordeelt verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden en wijst het door de benadeelde partij  ingediende verzoek om schadevergoeding toe.

Gerechtshof Den Haag 14 juni 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1694

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2016:1694