25% vergrijpboete voor niet aangegeven alimentatie

Belanghebbende ontvangt per maand € 300 aan kinderalimentatie en € 1.500 aan partneralimentatie van haar ex-echtgenoot. Deze inkomsten werden aanvankelijk niet opgenomen in de aangifte inkomstenbelasting. Enige weken later heeft belanghebbende een herziene aangifte gedaan waarbij een bedrag van € 3.000 aan alimentatie is opgenomen. De ex-echtgenoot heeft bankafschriften overgelegd aan de inspecteur in het kader van de behandeling van zijn aangifte. Op basis van deze informatie heeft de inspecteur een navorderingsaanslag met 25% vergrijpboete opgelegd aan belanghebbende.

Belanghebbende heeft in de bezwaarfase gesteld dat de betalingen van de ex-echtgenoot te maken kunnen hebben met andere financiële banden tussen haar en haar ex-echtgenoot. De Rechtbank is van oordeel dat belanghebbende dit niet heeft geconcretiseerd noch met bewijsstukken heeft gestaafd. De Rechtbank ziet dan ook geen aanleiding te veronderstellen dat de betalingen door de ex-echtgenoot niet zien op de alimentatieverplichtingen. De Rechtbank concludeert dat eerder te weinig belasting is geheven dan teveel belasting en oordeelt dat er terecht is nagevorderd.

Ten aanzien van de vergrijpboete ligt de bewijslast voor grove schuld bij de inspecteur. Op het overgrote deel van de betalingen staat op de bankafschriften de omschrijving alimentatie vermeld. Daarnaast heeft de inspecteur onweersproken gesteld dat belanghebbende in de voorgaande jaren wel de door haar ontvangen partneralimentatie heeft aangegeven in haar aangiften.

Het verschil tussen het aangegeven bedrag en het ontvangen bedrag is zodanig groot dat het belanghebbende wist dan wel behoorde te weten dat het door haar aangegeven bedrag aan partneralimentatie te laag was. Gelet hierop is de Rechtbank van oordeel dat de inspecteur terecht heeft gesteld dat het aan grove schuld van belanghebbende is te wijten dat de aanslag te laag is vastgesteld. Het door de inspecteur gehanteerde boetepercentage van 25% acht de Rechtbank passend en geboden.

De vraag of tijdens het gesprek tussen belanghebbende en de inspecteur de cautie is gegeven, acht de Rechtbank niet van belang nu de inspecteur reeds voorafgaand aan het gesprek had aangekondigd een vergrijpboete van 50% op te leggen en dat dit percentage na het gesprek is verlaagd naar 25%.

Rechtbank Den Haag, 28 december 2015

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2015:15317