Afdrachtvermindering onderwijs ten onrechte toegepast; Hof matigt vergrijpboete echter vanwege de hoogte van de opgelegde boeten en ernst van de vergrijpen

De bedrijfsactiviteiten van belanghebbende bestaan uit het aan het werk helpen van voormalig uitkeringsgerechtigden. Aan belanghebbende zijn naheffingsaanslagen loonbelasting opgelegd, alsmede vergrijpboeten.

Belanghebbende heeft in haar loonaangiften over de jaren 2009 tot en met 2013 voor vierhonderd werknemers de afdrachtvermindering onderwijs startkwalificatie toegepast.  Op grond van een boekenonderzoek in 2013 heeft de inspecteur geconcludeerd dat belanghebbende de afdrachtvermindering  ten onrechte heeft toegepast. De loonadministratie en de aangiftes loonheffingen werden verzorgd door een administratie- en advieskantoor. In geschil is of de naheffingsaanslagen en vergrijpboeten terecht zijn opgelegd.

De inspecteur verwijt belanghebbende grove schuld aangezien zij niet heeft onderzocht of zij aan de voorwaarden voor afdrachtvermindering voldeed, welke voorwaarden duidelijk in de wet en het Handboek Loonheffingen staan vermeld.

Het Hof overweegt dat de Hoge Raad in zijn arrest van 13 februari 2009 (ECLI:NL:HR:2009:BH2586) heeft beslist dat, indien een adviseur is ingeschakeld die hij voor voldoende deskundig mocht beschouwen en aan wiens zorgvuldige taakvervulling hij niet behoefte te twijfelen, er geen aanleiding is tot het stellen van de algemene eis dat de belastingplichtige zich ter voorkoming van fouten ook zelf in de inhoudelijke aspecten van op hem toepasselijke belastingregelingen verdiept.

Het Hof overweegt echter dat – anders dan in voornoemd arrest – het in de onderhavige situatie niet gaat om inhoudelijke aspecten van de toepasselijke belastingregelingen, maar om betrekkelijk eenvoudige formele voorwaarden om voor toepassing van de afdrachtvermindering in aanmerking te komen. Nu de bedrijfsactiviteiten van belanghebbende bestaan uit het begeleiden van mensen vanuit een uitkerings- naar een reguliere arbeidssituatie, had belanghebbende zich van deze formele voorwaarden voor toepassing van de afdrachtvermindering tijdig op de hoogte moeten stellen. Door reeds dit na te laten, heeft belanghebbende naar het oordeel van het Hof dermate lichtvaardig gehandeld dat het aan haar grove schuld is te wijten dat te weinig belasting is betaald.

Naar het oordeel van het Hof zijn de door belanghebbende aangedragen argumenten, dat zij materieel aan de voorwaarden voldeed en naar doel en strekking van de wet heeft gehandeld, onvoldoende om tot een andersluidende conclusie over de verwijtbaarheid te komen. Van afwezigheid van alle schuld dan wel een pleitbaar standpunt acht het Hof geen sprake. Dat belanghebbende een adviseur heeft ingeschakeld voor het voeren van haar loonadministratie en aangiftes, leidt evenmin tot een ander oordeel van het Hof. Hierbij is door het Hof acht geslagen op hetgeen in het controlerapport is vermeld, waaruit volgt dat de adviseur slechts de door belanghebbende aangeleverde gegevens invoerde.

Gelet op de hoogte van de opgelegde vergrijpboeten (in totaal: € 163.113) en de ernst van de vergrijpen zal het Hof de vergrijpboeten matigen naar (in totaal) € 120.058.

Gerechtshof Den Haag 17 augustus 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2398

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2016:2398