Het verstrekken van onjuiste informatie aan Huba-medewerker leidt tot terecht opgelegde vergrijpboetes

Belanghebbende A (hierna: A) en zijn broer, belanghebbende B (hierna: B), hebben te veel hypotheekrente in aftrek gebracht waardoor te weinig inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen is geheven. De inspecteur heeft op grond van artikel 67e AWR vergrijpboetes van 25% opgelegd wegens grove schuld. Belanghebbenden stellen dat geen sprake is van grove schuld aangezien zij ervan overtuigd mochten zijn dat hun aangiftes juist waren nu zij die hadden laten invullen door een medewerker van de Huba-campagne van de Belastingdienst.

De Rechtbank oordeelt dat belanghebbenden onvolledige en onjuiste informatie aan de Huba-medewerker hebben verstrekt. In de aangiften van A is volgens de Rechtbank ten onrechte vermeld dat hij 100% eigenaar van de woning was en tevens is niet opgenomen dat de lening niet alleen op zijn naam maar ook op die van zijn broer stond. Voorts is niet gebleken dat aan de Huba-medewerker de levering- en hypotheekaktes zijn verstrekt en ook niet dat deze medewerker op een andere wijze op de hoogte is gesteld van de eigendom-/schuldsituatie met betrekking tot de woning. Door deze handelwijze heeft de Huba-medewerker een te hoog bedrag aan aftrekbare rente in de aangiften opgevoerd. Belanghebbende A had redelijkerwijs moeten of kunnen begrijpen dat daardoor te weinig inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen zou worden geheven.

Belanghebbende B heeft in de jaren 2008 en 2009 ongeveer 50% van de door zijn broer betaalde hypotheekrente in aftrek gebracht. De Rechtbank oordeelt dat dat juist is en vernietigt de boetes over die jaren. Voor de overige jaren blijven de boetes in stand omdat belanghebbende redelijkerwijs moest begrijpen dat hij als 50% mede-eigenaar van de woning en 50% medeschuldenaar van de hypothecaire lening niet 100% van door zijn broer betaalde hypotheekrente in aftrek kon brengen.

Dit geldt te meer nu de Rechtbank aannemelijk acht dat belanghebbenden, als mede-eigenaren, medeschuldenaren en huisgenoten kennis hadden van het feit dat zij ieder, hypotheekrente in aftrek hadden gebracht op hun aangiftes waardoor er teveel hypotheekrente in aftrek is gebracht. De Rechtbank acht het aan grove schuld van belanghebbenden te wijten dat te weinig belasting is geheven. De Rechtbank ziet in de financiële omstandigheden en betalingsproblemen die door belanghebbenden zijn gesteld en door de inspecteur niet zijn weersproken, wel aanleiding om de vergrijpboetes met 50%te matigen.

Rb. Zeeland-West-Brabant 21 augustus 2015

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2015:4494
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2015:4492