Hof acht verklaring van belanghebbende dat komma verkeerd zou zijn gezet in de digitale aangifte niet geloofwaardig

Aan belanghebbende is een aanslag voor de inkomstenbelasting opgelegd, alsmede een vergrijpboete van € 10.852.

Belanghebbende heeft met behulp van het softwareprogramma van de Belastingdienst digitaal aangifte voor de inkomstenbelasting gedaan voor hemzelf en voor zijn echtgenote. Hierbij is een onjuist bedrag aan hypotheekrente in aftrek gebracht van € 96.038. Twee weken later heeft belanghebbende de aangifte aangepast, in die zin dat dat het opgegeven negatieve inkomen uit de eigen woning is verdeeld over belanghebbende en zijn echtgenote. De inspecteur is afgeweken van de aangifte en heeft hierbij een vergrijpboete van 50% opgelegd.

In geschil is of terecht en tot het juiste bedrag een vergrijpboete aan belanghebbende is opgelegd.

Het Hof acht aannemelijk dat belanghebbende zich er ten tijde van het doen van de aangifte  van bewust was dat de aangifte onjuist was. Redengevend daarvoor is dat belanghebbende de aangiften van hemzelf en zijn echtgenote tweemaal en op afzonderlijke pc’s digitaal heeft ingediend. Daarnaast werd in de eerste aangiften een onjuist bedrag aan hypotheekrente – € 96.038 in plaats van € 9.603,75 – ingevuld. Verder heeft belanghebbende in de tweede aangiften, dit onjuiste bedrag aan negatieve inkomen uit eigen woning op een andere wijze toegerekend aan zichzelf en zijn echtgenote waardoor de te verwachten teruggave van inkomstenbelasting in totaal hoger was dan volgens de eerste aangiften. Bovendien heeft belanghebbende dit bedrag handmatig ingevoerd en ondanks de hoge teruggaaf heeft belanghebbende de aangifte vervolgd en ingezonden.

Het Hof acht de verklaring van belanghebbende – dat sprake is van een typefout omdat de komma verkeerd zou zijn gezet – niet geloofwaardig. Op de eerste plaats is het Hof van oordeel dat het aangifteprogramma van de Belastingdienst het gebruik van komma’s niet toestaat en op de tweede plaats zou dit tot het bedrag van € 96037,5 hebben geleid, en niet tot het door belanghebbende aangegeven bedrag van € 96.038.  Het Hof gaat aan de overige argumenten van belanghebbende voorbij.

Het Hof acht de boete van € 10.852 passend en geboden. Daarbij neemt het Hof in aanmerking dat belanghebbende ook in de aangifte IB/PVV 2010 een te hoog bedrag aan hypotheekrente heeft aangegeven.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12 juli 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:5641

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2016:5641