In beslag genomen boekhouding heft aangifteverplichting niet op

Aan belanghebbende zijn verzuimboeten opgelegd ter zake van het niet (op tijd) indienen van een aangifte Vpb. Belanghebbende stelt zich hierbij onder meer op het standpunt dat uitstel zou zijn verleend voor het doen van aangifte Vpb en dat niet tijdig aangifte kon worden gedaan, omdat de FIOD in een strafrechtelijk onderzoek de boekhouding in beslag had genomen. Tevens beroept belanghebbende zich op het feit dat er telefonisch contact is geweest met de FIOD over het doen van aangifte Vpb. Hij stelt dat er geen aangifte kan worden gedaan die stellig en zonder voorbehoud is vanwege de uiteenlopende standpunten en hij verzoekt subsidiair om matiging van de verzuimboete vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

De Rechtbank overweegt dat er geen uitstel is verleend voor het indienen van de aangifte Vpb, maar slechts voor de motivering van enkele bezwaarschriften tegen de ambtshalve aanslagen Vpb. De Rechtbank is verder van oordeel dat belanghebbende geen schriftelijke bescheiden heeft overgelegd, waaruit blijkt dat er een telefoongesprek is geweest met een FIOD-ambtenaar over het indienen van de aangifte Vpb. De Rechtbank is dan ook van oordeel dat niet aannemelijk is gemaakt dat belanghebbende mocht menen dat uitstel was verkregen voor het doen van aangifte Vpb.

Eveneens verwerpt de Rechtbank het beroep van belanghebbende dat er geen aangifte Vpb kon worden gedaan, omdat de boekhouding in beslag was genomen door de FIOD in een (lopend) strafrechtelijk onderzoek. Naar het oordeel van de Rechtbank heft een lopend strafrechtelijk onderzoek niet de aangifteverplichting op. De Rechtbank overweegt dat het op de weg van belanghebbende had gelegen om de voor de aangifte relevante delen van de administratie te achterhalen en aangifte te doen waarbij tevens in de toelichting aangegeven had kunnen worden over welke onderdelen van de aangifte vermoedelijk verschil van mening met de Belastingdienst bestaat. Nu belanghebbende er voor heeft gekozen om in het geheel geen aangifte in te dienen, dienen de gevolgen van deze handelwijze naar het oordeel van de Rechtbank voor rekening en risico van belanghebbende te blijven.

De Rechtbank matigt enkele verzuimboeten nog wel vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

Rechtbank Gelderland 10 mei 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:2493

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2016:2493