Lopend boekenonderzoek is geen geldige reden om niet tijdig aangifte te doen

Aan belanghebbende is voor het jaar 2012 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd en een verzuimboete van € 2.460.

Belanghebbende exploiteert een sportclub en is door de inspecteur uitgenodigd om aangifte vennootschapsbelasting te doen. Belanghebbende heeft vervolgens uitstel gekregen. Na deze periode heeft de inspecteur belanghebbende herinnerd om alsnog aangifte te doen. De aangifte is uiteindelijk buiten de termijn binnengekomen, zodat de inspecteur een verzuimboete heeft opgelegd.

Belanghebbende betoogt dat haar in dezen geen enkel verwijt kan worden gemaakt en doet een beroep op afwezigheid van alle schuld (avas). Zij heeft in dat kader aangevoerd dat haar gemachtigde om bijzonder uitstel heeft verzocht vanwege een lopend boekenonderzoek bij belanghebbende betreffende de omzetbelasting, op welk verzoek de inspecteur niet heeft gereageerd. Door dat lopende boekenonderzoek zou het niet mogelijk zijn geweest de aangifte duidelijk, stellig en zonder voorbehoud te doen.

Het Hof volgt belanghebbende hierin niet. Uit het formulier dat de gemachtigde heeft ingevuld, waarin om uitstel wordt gevraagd wegens een lopend boekenonderzoek, is gebleken dat het beconnummer van de gemachtigde reeds geruime tijd was vervallen en dat gemachtigde daar ook van op de hoogte was. De gemachtigde kon derhalve geen gebruik meer maken van het bijzonder uitstel op grond van de zogenoemde beconregeling en mocht er derhalve niet vanuit gaan dat de inspecteur het uitstel zou verlenen. Dit was bovendien ook gebleken uit de toegezonden herinnering en aanmaning. Ook de omstandigheid dat er een lopend boekenonderzoek was, hoefde belanghebbende er niet van te weerhouden aangifte te doen. Belanghebbende kon de aangifte duidelijk, stellig en zonder voorbehoud doen, rekening houdende met de stand van het boekenonderzoek op dat moment. Van avas is naar het oordeel van het Hof geen sprake.

Gelet op de interne werkinstructie binnen de Belastingdienst dient de verzuimboete in dit geval in beginsel te worden gematigd tot € 246. Nu de redelijke termijn is overschreden, ziet het Hof aanleiding de boete verder te verminderen tot € 221.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29 mei 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:4806 

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2018:4806