Man veroordeeld tot voorwaardelijke taakstraf van 60 uur voor het niet verstrekken van bepaalde stukken aan de Belastingdienst

Verdachte heeft bepaalde stukken niet aan de Belastingdienst verstrekt, terwijl hij hier ingevolge de belastingwet wel toe verplicht was. Het gaat om de digitale Excel sheets met betrekking tot de in- en verkopen en de bankafschriften van de privé bankrekening van verdachte over 2008 tot en met 2010. De Belastingdienst heeft hierom herhaaldelijk verzocht. Bepaalde informatie is wel maar – belangrijker in dit vonnis – bepaalde informatie is niet verstrekt.

Het verweer dat verdachte de gevraagde stukken (deels) niet kon aanleveren omdat deze bij de doorzoeking inbeslaggenomen waren faalt, nu de huiszoeking pas plaatsvond nadat  eerder om die stukken is gevraagd.  De Belastingdienst heeft uit deze stukken blijkende transacties niet opgemerkt en daarover ook geen omzetbelasting kunnen berekenen. Het achterhouden van deze informatie kon dan ook meebrengen dat te weinig belasting werd geheven.

Het verweer dat sprake is van schending van het nemo tenetur-beginsel, omdat verdachte fiscaalrechtelijk gezien verplicht was de informatie te verstrekken, maar strafrechtelijk gezien niet hoefde mee te werken aan zijn eigen veroordeling slaagde niet. De rechtbank overweegt dat het nemo tenetur-beginsel samenhangt met het zwijgrecht. Dit brengt met zich dat het verbod op gedwongen zelfincriminatie zich niet uitstrekt tot het gebruik in strafzaken van de verdachte. In dit geval is sprake van materiaal dat bestaat onafhankelijk van de wil nu de Belastingdienst heeft verzocht om het verstrekken van de administratie van het bedrijf en bankafschriften van verdachte. Deze stukken zouden dus gebruikt mogen worden voor een eventuele strafzaak.

Een en ander leidt tot een voorwaardelijke  taakstraf van 60 uren.

Terzijde zij opgemerkt dat verdachte is vrijgesproken van het onjuist of onvolledig doen van aangiften omzetbelasting (wegens verondersteld onterecht gebruik van de margeregeling). De Rechtbank overweegt dat niet de verdachte dient aan te tonen dat hij terecht gebruik heeft gemaakt van de margeregeling, maar het Openbaar Ministerie dient aan te tonen dat verdachte dit onterecht heeft gedaan. Dat bewijs ontbreekt.

Rechtbank Midden-Nederland, 08 april 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:2410

Voor een link naar de uitspraak klikt u hier.