Nieuw protocol voor aanmelding en afdoening van fiscale delicten en delicten op het gebied van douane en toeslagen (AAFD)

Op 26 juni jl. is de Staatscourant de opvolger van deze richtlijnen gepubliceerd; het Protocol aanmelding en afdoening van fiscale delicten en delicten op het gebied van douane en toeslagen (nr. BLKB/2015/572M, Stcrt, 2015, 17271). Dit protocol is per 1 juli 2015 in wering getreden.

In het nieuwe Protocol wordt naast fundamentele wijzigingen in (i) het drempelbedrag van het fiscale nadeel (€ 100.000) en (ii) de wijze waarop het overleg tussen het de Belastingdienst en het OM plaatsvindt (‘afstemmingsoverleg’ in plaats van selectie- en tripartiteoverleg), ook het criterium van de ‘Medewerking van adviseur, deskundige derde of douane-expediteur’ nader ingekleurd.

Blijkens de oude richtlijnen werd dit criterium (toen nog ‘aspect’ en later ‘indicator’ genoemd) reeds van groot belang geacht bij het maken van de keuze in afdoeningsmodaliteit. In het nieuwe Protocol wordt wederom opgemerkt dat in een dergelijke situatie het vertrouwen van de overheid wordt misbruikt, te meer nu de Belastingdienst aan bijvoorbeeld belastingadviseurs bepaalde faciliteiten toekent, zoals de BECON-regeling. In zoverre niets nieuws.
Wat wel nieuw is, is dat in dit kader thans expliciet wordt gewezen naar afspraken over horizontaal toezicht. Wordt hiermee de reeds vaker in de vakliteratuur uitgesproken gedachte ‘gecodificeerd’ dat ingeval van betrokkenheid van een HT-adviseur bij een vermoeden van fraude, een dergelijke zaak eerder voor het strafrecht wordt geselecteerd?
Daarnaast wordt ook de (mate van) betrokkenheid van de professional nader geduid in het nieuwe Protocol. Uit de toelichting bij dit criterium volgt dat de Belastingdienst de vaststelling dat “de adviseur, deskundige derde of douane-expediteur vermoedelijk op de hoogte was van de fraude én daaraan actief dan wel passief zijn medewerking verleende” met aanwijzingen dient te onderbouwen. Daarbij wordt nog uitdrukkelijk opgemerkt dat niet behoeft te komen vast te staan dat sprake is van een verdachte. Deze laatste zin als ook het woord ‘passief’ kwamen in de vorige versie niet voor. Concrete voorbeelden worden in het Protocol niet gegeven.

Formeel recht. Protocol aanmelding en afdoening van fiscale delicten en delicten op het gebied van douane en toeslagen (Protocol AAFD), nr. BLKB/2015/572M