Rechtbank legt 18 maanden gevangenisstraf op voor belastingfraude in plaats van door OvJ gevorderde straf van 4 maanden

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat hij – samen met anderen – belastingfraude heeft gepleegd door op naam van anderen onjuiste aangiften voor de inkomstenbelasting te doen. Tevens is witwassen ten laste gelegd.

De Rechtbank stelt aan de hand van de beschikbare bewijsmiddelen vast dat verdachte samen met anderen gedurende een periode van ongeveer 2 jaar vele aangiften inkomstenbelasting onjuist heeft opgemaakt en ingediend bij de Belastingdienst. Hiertoe hebben verdachten op onrechtmatige wijze poststukken van derden bemachtigd en de gegevens van deze poststukken, zoals naam, adres en burgerservicenummer gebruikt voor de valse aangifte inkomstenbelasting.

Verder stelt de Rechtbank vast dat verdachten fictieve werkgevers, fictieve loonbedragen en valse bedragen aan loonheffing hebben ingevuld met het doel de Belastingdienst geld over te laten maken naar het rekeningnummer dat zij op de aangifte hebben aangegeven. Hierdoor zou de Belastingdienst een bedrag van ruim 1,4 miljoen euro zijn misgelopen als de Belastingdienst al het geld van de valse aangiften zou hebben overgemaakt. Het daadwerkelijke nadeel is relatief beperkt gebleven.

Verdachte wordt door de Rechtbank veroordeeld ter zake van belastingfraude en witwassen. De officier van justitie heeft een gevangenisstraf van 4 maanden gevorderd, waarvan twee maanden voorwaardelijk. De Rechtbank is van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden passend is. Hierbij betrekt de Rechtbank dat verdachte op geen enkele wijze de verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn daden. De straf is hoger dan de straf die door de officier van justitie is gevorderd, omdat de Rechtbank van oordeel is dat de straf die de officier van justitie heeft gevorderd geen recht doet aan de ernst van de strafbare feiten.

Gelet op het feit dat de redelijke termijn is overschreden legt de Rechtbank van deze 18 maanden gevangenisstraf, 4 maanden voorwaardelijk op.

Rechtbank Limburg 15 juni 2016, ECLI:NL:RBLIM:2016:5245

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2016:5245