Rechtbank matigt verzuimboete van 40% naar 25% van de nageheven belasting

Aan belanghebbende is naast een naheffingsaanslag ook een verzuimboete van €3.556 opgelegd. De verzuimboete werd door de Inspecteur ‘gematigd’ tot 40% van de nageheven belasting. Ter zake van de verzuimboete is in geschil of deze terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd.

De Rechtbank overweegt dat bij het opleggen van een verzuimboete geen onderscheid wordt gemaakt in de mate van schuld of nalatigheid behoudens het geval er sprake is van afwezigheid van alle schuld. In dat geval dient het opleggen van de boete achterwege te blijven. Wel dient de rechtbank te beoordelen of de opgelegde boete gelet op de omstandigheden van het geval passend en geboden is.

De Rechtbank stelt voorop dat geen sprake is van afwezigheid van alle schuld. Vervolgens overweegt de Rechtbank dat niet aannemelijk is geworden dat de ritten opzettelijk niet zijn opgenomen en dat belanghebbende met de gebrekkige wijze waarop hij zijn administratie heeft gevoerd, niet bewust de kans heeft aanvaard dat hij te weinig privé kilometers zou registreren en daardoor te weinig belasting zou betalen. Wel is de Rechtbank van oordeel dat belanghebbende zich ervan bewust had dienen te zijn dat met de gebrekkige administratie niet het bewijs had kunnen worden geleverd dat niet meer dan 500 kilometer per jaar privé is gereden.

De inspecteur heeft bij de oplegging van de boete aansluiting gezocht bij de ‘grove schuld variant’ van een vergrijpboete. Voor vergrijpboetes in verband met privégebruik van auto’s is voor situaties van grove schuld een boete van 40% (in plaats van 25%) voorgeschreven. Anders dan de inspecteur acht de Rechtbank de omstandigheden van het geval onvoldoende ernstig om een boete van 40% op te leggen. De Rechtbank acht het daarom passend en geboden de boete te verminderen tot 25% van de nageheven belasting.

Rechtbank Gelderland, 18 augustus 2015

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2015:5256