Rechtbank vermindert vergrijpboete voor hennepteler slechts in verband met omkering en verzwaring van de bewijslast

In de kruipruimte van de toenmalige woning van belanghebbende is een hennepkwekerij aangetroffen. Belanghebbende is hiervoor strafrechtelijk veroordeeld tot een taakstraf. De inspecteur is afgeweken van de aangifte inkomstenbelasting omdat belanghebbende de inkomsten uit hennepteelt niet heeft opgegeven in zijn aangifte en heeft hierbij voorts een vergrijpboete opgelegd.

Naar het oordeel van de Rechtbank heeft de inspecteur aannemelijk gemaakt dat belanghebbende het exploiteren van een hennepkwekerij in zijn woning heeft gefaciliteerd. Hiertoe overweegt de Rechtbank dat de wijzigingen aan de elektriciteitsvoorziening in de woning, de aangebrachte voorzieningen in terras en tuin gelegen aan de woning van belanghebbende alsmede de omvang van de kwekerij reeds aannemelijk maken dat belanghebbende de kwekerij heeft gefaciliteerd. Hieruit heeft de inspecteur terecht kunnen concluderen dat sprake is van een werkzaamheid waarmee door belanghebbende resultaat is behaald nu het een feit van algemene bekendheid is dat het exploiteren van een hennepkwekerij een lucratieve aangelegenheid is.

Nu naar het oordeel van de Rechtbank de over het resultaat verschuldigde belasting zowel absoluut als relatief bezien aanzienlijk is, is de vereiste aangifte niet gedaan. Gelet hierop dient de bewijslast te worden omgekeerd en verzwaard. Naar het oordeel van de Rechtbank heeft belanghebbende niet doen blijken dat de aanslag te hoog is vastgesteld.

Ten aanzien van de vergrijpboete overweegt de Rechtbank dat het aan de inspecteur is om te bewijzen dat sprake is van (voorwaardelijk) opzet. De Rechtbank acht de inspecteur geslaagd in die bewijslast. Door het niet aangeven van het genoten resultaat uit het faciliteren van een hennepkwekerij in zijn woning terwijl dat verplicht was, heeft belanghebbende willens en wetens de kans aanvaard dat als gevolg daarvan er geen of te weinig belasting zou worden geheven. De Rechtbank ziet wel aanleiding om de boete te matigen met 20%, nu de grondslag van de boete is vastgesteld met omkering en verzwaring van de bewijslast. De Rechtbank acht daarom een vergrijpboete van 30% passend en geboden.

Rechtbank Den Haag, 2 oktober 2015

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2015:12430