Twee jaar gevangenisstraf voor opdracht en feitelijk leidinggeven aan belastingfraude, rekening houdend met een hoger benadelingsbedrag

Verdachte is veroordeeld voor belastingfraude, door opdracht en feitelijk leiding te geven aan het opzettelijk indienen van valse belastingaangiften voor de omzetbelasting ten name van een rechtspersoon die enkel en alleen voor het plegen van fraude was opgericht.

Uit het bewijs zou blijken dat de rechtspersoon feitelijk geen goederen en diensten heeft afgenomen van leveranciers en in het kader daarvan dus geen omzetbelasting heeft betaald. Verdachte is betrokken geweest bij het opzettelijk opmaken van valse facturen en valse bankbescheiden en bij het ter beschikking stellen van een onjuiste administratie aan de administrateur voor het doen van belastingaangifte. Daarnaast is hij ook betrokken geweest bij het ter beschikking stellen van die valse geschriften en onjuiste administratie aan de Belastingdienst. Dit heeft tot gevolg gehad dat ten onrechte omzetbelasting is teruggevraagd en vervolgens door de Belastingdienst is uitgekeerd. Zowel verdachte als de rechtspersoon kunnen worden aangemerkt als dader van het doen van onjuiste belastingaangiften.

Ter motivering van de straf acht de Rechtbank van belang dat de verdachte in 2015 de belastingteruggave heeft verhoogd, nadat bij een boekonderzoek geen onregelmatigheden waren geconstateerd. Indien de Belastingdienst het handelen van de verdachte niet zou hebben doorzien, zou het benadelingsbedrag dat zou zijn uitgekeerd ruim € 1.000.000 zijn geweest. De Rechtbank heeft dit bedrag bij de straftoemeting als maatstaf voor het bepalen van de straf gebruikt. Enerzijds is rekening gehouden met het feit dat een bedrag van € 800.000 is uitgekeerd, anderzijds met het feit dat het niet aan verdachte is te danken dat het laatste bedrag van ruim € 250.000 niet aan hem is uitgekeerd, maar aan het oplettende en voortvarende handelen van de Finse autoriteiten en de Belastingdienst. Tot slot is acht geslagen op de LOVS-richtlijnen. De Rechtbank acht een gevangenisstraf van twee jaar passend en geboden.

Rechtbank Amsterdam, 23 september 2015

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2015:6624