Doorhaling van 18 maanden blijft in stand voor accountant na hertoetsing

Een accountant (appellant) is na een hertoetsing van zijn praktijk doorgehaald nadat het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing niet voldeed aan de daaraan te stellen eisen. Na de eerste periodieke preventieve toetsing (VPPT) bleek appellant zijn zaken niet op orde te hebben, en na het opstellen van een verbeterplan en een hertoetsing ruim 5 jaar later was het nog steeds onvoldoende. De Accountantskamer legde de maatregel van doorhaling op voor 18 maanden waartegen appellant in hoger beroep is gegaan bij het CBb.

De accountant bestrijdt niet het oordeel van de Accountantskamer maar stelt slechts de opgelegde maatregel ter discussie. Zo verzoekt hij het CBb om zijn inschrijving in het register ongewijzigd te laten en hem een (aanvullende) hertoetsing te laten ondergaan zodat hij kan bewijzen dat hij de accountantstitel met recht kan blijven voeren. Appellant voert daartoe aan dat hij na de hertoetsing veel geld, tijd en energie heeft geïnvesteerd om het vereiste kwaliteitsniveau te bereiken. Hij heeft daarbij een kwaliteitshandboek opgesteld en hulp ingeschakeld van een extern bureau. Daarnaast stelt de accountant dat het de afgelopen jaren financieel en emotioneel zwaar is geweest, onder meer door de overname van een administratiekantoor en het ontslag van een medewerker.

Het CBb ziet echter geen aanleiding om de maatregel van de Accountantskamer te wijzigen. In het bijzonder heeft appellant zijn overtuiging, dat verbeteringen dringend noodzakelijk zijn, onvoldoende omgezet in concrete resultaten. Het CBb stelt dat hij zijn stelling meer gewicht had kunnen geven door bijvoorbeeld een sluitende analyse van de gehele praktijk te maken, de concrete bereikte verbeteringen duidelijk en specifiek te beschrijven en de stand van zaken te laten verifiëren door een externe deskundige. Daarnaast is het veelzeggend dat de accountant een geplande audit van het externe bureau heeft verplaatst omdat zijn praktijk naar eigen zeggen onvoldoende op orde was, aldus het CBb.

Het CBb onderschrijft de bestreden uitspraak en het beroep is ongegrond.

Bron

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven 18 augustus 2016, ECLI:NL:CBB:2016:225

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2016:225