Indien de zorgvuldigheid van het handelen van de beroepsbeoefenaar centraal staat, dient het primaat bij het tuchtrecht te liggen

In hun artikel “Het ontzetten uit beroep of ambt: Op de weg van de straf- en/of tuchtrechter?” bespreken Jurjan Geertsma (Jahae Raymakers) en Melissa Slaghekke (Cleerdin en Hamer) de politieke en maatschappelijke aandacht voor de ontzetting uit beroep of ambt.

Volgens de auteurs wordt vanuit de politiek benadrukt dat een ontzetting uit beroep of ambt steeds meer als middel kan worden ingezet om te voorkomen dat een persoon in de uitoefening van zijn beroep verwijtbaar handelt. Of de strafrechtelijke en/of tuchtrechtelijke route wordt bewandeld lijkt hieraan ondergeschikt.

Geertsma en Slaghekke concluderen dat een punitiever wordend tuchtrecht en een meer op ‘facilitators’ gericht strafrechtelijk beleid in zwaardere gevallen dwingen tot een gereguleerde afstemming tussen toezichthouder en Openbaar Ministerie. Volgens hen dient het primaat bij het tuchtrecht te liggen, indien de zorgvuldigheid van het handelen van de beroepsbeoefenaar centraal staat. Het strafrecht dient als ultimum remedium.

NJB 43 (2015)