Nalaten van schriftelijke vastlegging leidt tot berisping voor een accountant die ten aanzien van betrokkenen onduidelijk was over zijn positie

De Accountantskamer legt de maatregel op van berisping aan een openbaar accountant (betrokkene) van een entiteit (F) met twee bestuurders/aandeelhouders (klager en C). Betrokkene trad op voor zowel de entiteit als de bestuurders/aandeelhouders. Klager en C houden hun belang in F via hun vennootschappen, D en E. D en E zijn ook bestuurder van F.

Volgens klager heeft betrokkene gehandeld in strijd met de voor hem geldende gedrags- en beroepsregels omdat hij tegelijkertijd accountant/adviseur was van zowel F als van C/E en daarbij de belangen van de ene aandeelhouder in F (E) zwaarder heeft laten wegen dan die van de andere aandeelhouder in F (D).

De Accountantskamer is van oordeel dat het er bij de opzegging van een contract niet om gaat of dat contract civielrechtelijk geldig is, maar of de positie van betrokkene nog houdbaar is. Doordat betrokkene klager niet direct expliciet duidelijk heeft gemaakt dat hij C/E niet (meer) adviseerde, heeft hij gezien het aan de gang zijnde evidente belangenconflict tussen de bestuurders/aandeelhouders, bij klager de vrees kunnen doen ontstaan dat hij niet primair het belang van F, maar vooral dat van C/E diende.

Volgens de Accountantskamer moet een openbaar accountant van een entiteit met twee bestuurders/aandeelhouders die optreedt voor én de entiteit én voor één van de bestuurders/aandeelhouders, voortdurend bedacht zijn op mogelijke bedreigingen voor de naleving van alle fundamentele beginselen. Doen zich zodanige bedreigingen voor, dan dient hij een toereikende maatregel te nemen die ertoe leidt dat hij zich aan de fundamentele beginselen houdt. Slaagt hij er niet in een zodanige maatregel te nemen, dan hoort hij de professionele dienst te beëindigen. De bedreiging, zijn beoordeling, de toegepaste maatregel en zijn conclusie dient de accountant op grond van het derde lid van artikel 21 van de VGBA vast te leggen.

Omdat betrokkene dit heeft nagelaten, moet ervan worden uitgegaan dat hij aan de betreffende (rechts)personen niet duidelijk heeft gemaakt wat zijn positie was ten opzichte van de entiteit en ten opzichte van de bestuurders/aandeelhouders.

Accountantskamer 28 augustus 2015

http://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2015/ECLI_NL_TACAKN_2015_100?dateperiodstart=28-08-2015&dateperiod=op&DomeinNaam=accountants&Pagina=1&ItemIndex=1