Waarschuwing voor accountant die meer controle-informatie had moeten verzamelen over nauwkeurigheid en volledigheid van de totaallijst ‘onderhanden werk’

De Accountantskamer heeft een accountant (hierna: betrokkene) de maatregel van waarschuwing opgelegd omdat hij bij de uitvoering van een controleopdracht meer gedetailleerde informatie boven tafel had moeten krijgen over de post ‘onderhanden werk’ (hierna OHP) die stelselmatig te hoog in de administratie van de werkmaatschappij van de klagende BV’s was opgenomen.

Klagers vinden het onbegrijpelijk dat betrokkene niet reeds bij zijn controlewerkzaamheden over het jaar 2010 heeft ontdekt dat het onderhanden werk van de werkmaatschappij (hierna: A) in de jaarstukken 2010 voor een te hoog bedrag was opgenomen. Dat had, zo stellen zij, wel gekund als betrokkene onder meer de journaalposten goed had gecontroleerd, een diepgaande afloopcontrole had verricht, de nacalculatie op individuele projecten goed had onderzocht en de betrouwbaarheid van gebruikte lijsten had vastgesteld.

Van de zijde van betrokkene is het verwijt dat hij de fraude niet heeft ontdekt van de hand gewezen en hij heeft omstandig uiteengezet welke controlewerkzaamheden hij heeft verricht.

De Accountantskamer acht het van belang dat het enkele feit dat achteraf is gebleken dat bij de door een accountant gecontroleerde gegevens en stukken (deels) sprake is geweest van fraude nog niet betekent dat die accountant de voor hem geldende beroeps- en gedragsregels heeft geschonden.

De Accountantskamer overweegt dat het verweer van betrokkene erop duidt dat betrokkene met zijn (aanvullende) controle werkzaamheden sensitief is geweest voor het risico van fraude onder meer als gevolg van het gebrek aan genoemde functiescheiding. Afgezet tegen dit verweer hebben klagers naar het oordeel van de Accountantskamer niet aannemelijk gemaakt dat betrokkene tekort is geschoten in de opzet of uitvoering van zijn controlewerkzaamheden zoals door hen is bepleit, voor zover het betreft het goed controleren van de journaalposten, het verrichten van een diepgaande afloopcontrole en het goed onderzoeken van de nacalculatie op individuele projecten.

Vorenstaande geldt evenwel niet voor de controlewerkzaamheden gericht op de vier pagina’s tellende lijst OHP waarvan betrokkene heeft bepleit dat dergelijke lijsten niet altijd doch afhankelijk van de omstandigheden nageteld moeten worden, terwijl zijn bevindingen reden vormden daartoe niet over te gaan. De controle ten aanzien van het ontbreken van integriteitsrisico’s en het ontbreken van twijfel aan de authenticiteit van de lijst OHP die een originele print betrof, vormden redenen.

Volgens de Accountantskamer diende betrokkene, gelet op de omstandigheid dat de lijst een belangrijk document betrof, de controle-informatie te verkrijgen over de nauwkeurigheid en volledigheid daarvan. Daarbij valt te denken aan het beoordelen van de betrouwbaarheid van de output die de accountant uit een IT-systeem gebruikt door het verkrijgen van controle-informatie over opzet en werking daarvan (zogenaamde IT general controls), het vaststellen of hetgeen de accountant ontvangt ook daadwerkelijk een (standaard)lijst uit het systeem is, en of er een nabewerkingsmogelijkheid is die extra controlewerkzaamheden met zich brengt.

Het vaststellen van de authenticiteit van de lijst, zoals betrokkene stelt te hebben gedaan, aan de hand van de omstandigheid dat deze een originele print betrof, voorzien van datum en doorlopende nummering volstaat in dit licht bezien, niet. In dat kader en onder deze omstandigheden had hij naar het oordeel van de Accountantskamer de lijst OHP in ieder geval ook wat betreft de totaaltelling dienen te controleren door deze na te tellen.

De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene bij de uitvoering van de controleopdracht over het boekjaar 2010 in die zin tekortgeschoten is dat hij wat betreft de lijst OHP niet had mogen volstaan met de detailcontroles van geselecteerde onderhanden projecten. De aard van zijn (controle)werkzaamheden bracht een plicht tot het verrichten van meer verifiërende werkzaamheden mee. De klacht dient in zoverre dan ook gegrond te worden verklaard.

Accountantskamer 25 januari 2016, zaaknummer 15/854 Wtra AK

http://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI__NL__TACAKN__2016__8