Adviseur moet hebben geweten dat de aangifte mbt privégebruik auto onjuist was: vergrijpboeten terecht opgelegd

Aan een belastingadviseur worden vergrijpboetes opgelegd voor het niet correct aangeven van privégebruik auto. De Rechtbank verklaart het beroep gegrond, maar slechts vanwege een overschrijding van de redelijke termijn met 20 maanden en matigt de boetes met 15%.

Belanghebbende drijft een eenmanszaak waarvan de activiteiten onder ander bestaan uit het geven van belastingadvies. Na een boekenonderzoek met betrekking tot de inkomstenbelasting concludeert de inspecteur dat er ten onrechte geen winstcorrectie is aangebracht wegens privégebruik auto. De inspecteur corrigeert het privégebruik en legt tevens vergrijpboetes op van € 8.306 (2013), € 12.954 (2014) en € 16.882 (2015). In de bezwaarfase sluiten de inspecteur en belanghebbende voor de heffing een vaststellingsovereenkomst. De opgelegde vergrijpboetes voor het niet correct aangeven van het privégebruik zijn daarin niet meegenomen. Wel zijn de door boetes gematigd tot één keer € 500 en twee keer € 1.000.

In geschil bij de Rechtbank is of de boetebeschikkingen terecht zijn opgelegd. De Rechtbank oordeelt dat belanghebbende bekend was met de toepasselijke regels of in ieder geval wist dat er iets moest worden aangegeven. Gelet op de handelswijze van belanghebbende dat hij in de aangifte over 2013 is afgeweken van het wettelijke percentage van 20% naar 10%, acht zij het aannemelijk dat belanghebbende moet hebben geweten dat de aangifte op dit onderdeel onjuist was.

Volgens de Rechtbank is de inspecteur voor de vergrijpboete over 2013 uitgegaan van een te hoge grondslag. Belanghebbende had namelijk wel enige bijtelling aangegeven. De Rechtbank matigt de boete van € 500 naar € 250. Tenslotte matigt de Rechtbank de vergrijpboetes wegens de overschrijding van de redelijke termijn van 20 maanden met 15%. Over het jaar 2013 resulteert dit in een boete van € 212 en over de jaren 2014 en 2015 in een boete van beide € 850. Daarnaast wordt aan belanghebbende een immateriële schadevergoeding toegekend van € 1.500.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 29 juni 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:3206