Belastingadviseur in hoger beroep veroordeeld tot een gevangenisstraf en een beroepsverbod

Verdachte (belastingadviseur) heeft door het onterecht in aftrek brengen van kosten voor derden aangiften inkomstenbelasting onjuist ingediend. De verdachte is bij de Rechtbank veroordeeld tot een taakstraf van 180 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf. Het Hof houdt rekening met een veel hoger belastingnadeel en veroordeelt de verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van acht maanden en een beroepsverbod.

Het Hof oordeelt dat de verdachte belastingadviseur onjuiste aangiften inkomstenbelasting heeft gedaan voor een groot deel van zijn cliënten. De onjuistheden betroffen vooral het onterecht in aftrek brengen van giften, zorg- en studiekosten. Uit een blauwdruk van de FIOD kwam naar voren dat er door verdachte veertig keer vaker scholingskosten werden opgevoerd dan het landelijk gemiddelde. Daarnaast bleek uit een zogenoemde chikwadraattoets dat bepaalde specifieke bedragen in veel aangiften werden opgevoerd. De overeenkomsten in de enorme hoeveelheid valse aangiften maakten de stelling van de adviseur dat hij de aangiften invulde aan de hand van de van de belastingplichtigen verkregen informatie, ongeloofwaardig.

Het Hof neemt ook de verklaring van de verdachte mee in zijn oordeel. Verdachte verklaarde dat hij de door hem in aftrek gebrachte posten altijd baseert op het rechtvaardigheidsbeginsel en het draagkrachtbeginsel en dat hij de individueel verleende mantelzorg ‘als gift heeft gezien’ omdat hij van mening was dat dat een aftrekpost was. Het Hof is van oordeel dat de verdachte de aangiften geheel naar eigen inzicht invulde en niet volgens de wet, de jurisprudentie of de toelichting bij de aangiftebiljetten.

Daarnaast acht het Hof het beïnvloeden van een getuige bewezen. Verdachte heeft een e-mail met bijlagen verzonden aan een getuige, waarvan hij wist dat deze op korte termijn door de rechter-commissaris zou worden gehoord. Uit de inhoud van die e-mail blijkt dat de adviseur meende dat de FIOD de getuige tijdens diens verhoor heeft geïntimideerd (kopschuw gemaakt) en dat die verklaring daardoor niet op waarheid zou berusten. ‘Ter ondersteuning’ is zijn eerdere verklaring bijgevoegd en door middel van het verweerschrift van commentaar voorzien. Daarmee heeft hij bedoeld de verklaring van de getuige bij de rechter-commissaris te beïnvloeden.

Ten aanzien van de strafoplegging oordeelde het Hof dat de vijf in de tenlastegelegde genoemde belastingplichtigen namens wie verdachte valse aangiften heeft ingediend, voldoende representatief waren voor het merendeel van de uit de blauwdruk naar voren komende afwijkende aangiften. Het Hof is er dan ook van uitgaan dat het benadelingsbedrag een veelvoud bedraagt van het door de Rechtbank gehanteerde bedrag van € 25.000. Het Hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van acht maanden en daarnaast wordt het de verdachte, vanwege het recidiverisico, verboden nog belastingaangiften voor derden te verzorgen gedurende vijf jaren.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 maart 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:2035