Een zwarte administratie is nog geen valse administratie

Het voeren van een dubbele administratie (zwart en wit), waarvan beide delen juist zijn doch één onvolledig, leidt volgens het Hof niet tot het oordeel dat er geen administratie is gevoerd overeenkomstig de in de belastingwet gestelde eisen. De verdachte wordt vrijgesproken.

De verdachte in deze zaak hield de administratie bij van een escortbureau. Deze administratie bestond uit een ‘wit’ deel en een ‘zwart’ deel. De ‘zwarte’ administratie bevatte de daadwerkelijk door het escortbureau geleverde prestaties en gerealiseerde omzet. De ‘witte’ administraties bevatte slechts een deel.

Na eerst te zijn veroordeeld door de Rechtbank spreekt het Hof de verdachte vrij voor het medeplegen van valsheid in geschrifte en van het doen van onjuiste aangifte. Ten aanzien van het eerste feit wordt de verdachte primair verweten dat hij niet zou hebben voldaan aan de administratieplicht ex artikel 52 AWR. Hierover overweegt het Hof dat – nog afgezien van de vraag of de verdachte als administratieplichtige in deze zaak kan worden beschouwd – niet kan worden gezegd dat er geen administratie is gevoerd. Er was immers sprake van zowel een witte als een zwarte administratie, waarvan beide delen juist waren en alleen de witte administratie onvolledig was. Daarnaast is volgens het Hof ook geen sprake van een vals opgemaakte administratie.

Het strafrechtelijk verwijt dat de verdachte kan worden gemaakt is dat hij slechts de ‘witte’ administratie aan de externe boekhouder heeft gegeven, op basis waarvan deze de aangiften opmaakte. Dat is echter een ander verwijt.

Ook wordt de verdachte vrijgesproken van het medeplegen van het onjuist doen van aangiften omzetbelasting. Er was volgens het Hof geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking, mede omdat de verdachte niet als aangifteplichtige of als belastingplichtige kan worden aangemerkt. De onjuiste aangiften werden verder door hem enkel doorgeven aan de externe boekhouder die deze vervolgens indiende.

Het subsidiair tenlastegelegde slaagt evenmin, omdat – in tegenstelling zoals in de tenlastelegging vermeld – het niet de verdachte was die de aangiften valselijk opmaakte, maar de externe boekhouder. Het hof spreekt de verdachte dus ook ten aanzien van het tweede feit vrij.

Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 26 januari 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:213