Aansprakelijkstelling niet in strijd met unierechtelijk evenredigheidsbeginsel

Belanghebbende maakt deel uit van een fiscale eenheid voor de BTW. De Ontvanger stelt belanghebbende op de voet van art. 43 IW 1990 bij beschikking aansprakelijk voor de niet betaalde naheffingsaanslagen omzetbelasting ten name van de fiscale eenheid over de laatste drie kwartalen van 2014 en het eerste kwartaal van 2015. Belanghebbende maakt bezwaar en gaat in beroep tegen de aansprakelijkstelling.

Voor de Rechtbank is in geschil of de aansprakelijkstelling in strijd is met het unierechtelijke evenredigheidsbeginsel. Belanghebbende meent van wel en beroept zich op het arrest Federation of Technological Industries (C-384/04). De Inspecteur is een tegenovergestelde mening toegedaan.

De Rechtbank overweegt dat het arrest Federation of Technological Industries ziet op een regeling die voorziet in aansprakelijkstelling van niet-gelieerde partijen. Leden van een fiscale eenheid daarentegen zijn juist wel gelieerd, zodat art. 43 IW 1990 naar het oordeel van de Rechtbank niet vergelijkbaar is met die regeling. Uit HR 9 november 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BU7276) volgt voorts dat het bij beschikking aangemerkt zijn als één ondernemer een noodzakelijke en toereikende voorwaarde is voor hoofdelijke aansprakelijkheid van de betrokken personen en lichamen. De Rechtbank oordeelt dienovereenkomstig. Van strijd met het unierechtelijke evenredigheidsbeginsel is derhalve naar het oordeel van de Rechtbank geen sprake.

De Rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 7 juli 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:4591

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2016:4591