Beantwoording prejudiciële vraag omtrent het verdedigingsbeginsel

Het echtpaar Ispas is aan een belastingcontrole onderworpen welke betrekking had op het tijdvak van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2011. Tijdens deze belastingcontrole is vast komen te staan dat het echtpaar Ispas vijf bouwvergunningen had verkregen van een Roemeense gemeenteraad op basis waarvan vanaf december 2007 gebouwde appartementen zijn verkocht. Aangezien deze transacties op duurzame basis werden verricht, was het echtpaar volgens de Roemeense belastingdienst btw-plichtig met betrekking tot deze transacties. Dientengevolge heeft de Roemeense belastingdienst het echtpaar geconfronteerd met twee belastingaanslagen, waarin iedere echtgenoot is verzocht over te gaan tot betaling van een aanvullend btw-bedrag. Het echtpaar heeft de betreffende belastingaanslagen bestreden op de grond dat deze nietig zijn wegens schending van het verdedigingsbeginsel. Immers, de belastingdienst had al in de administratieve fase ambtshalve toegang moeten verlenen tot alle informatie op basis waarvan zij het controleverslag alsmede de twee belastingaanslagen heeft vastgesteld, aldus het echtpaar. Daartoe behoorden volgens het echtpaar nadrukkelijk ook informatie en bewijzen die buiten de belastingcontrole om waren verzameld.

De verwijzende rechter geeft het Hof de navolgende prejudiciële vraag in overweging: ‘Vereist het algemene beginsel van eerbiediging van de rechten van de verdediging dat een particulier in een nationale administratieve procedure gericht op de inning van de btw, toegang heeft tot alle informatie en documenten in het administratieve dossier die de overheidsinstantie in aanmerking heeft genomen bij het nemen van haar besluit?’

Ter beantwoording van de bovenstaande prejudiciële vraag overweegt het Hof allereerst dat het verdedigingsbeginsel in de kern behelst dat de adressaten van besluiten die hun belangen aanmerkelijk raken, in staat dienen te worden gesteld hun standpunt over de elementen waarop de administratie haar besluit wil baseren, naar behoren kenbaar te maken (ECLI:EU:C:2015:832). Maar zoals Advocaat-Generaal M. Bobek reeds in zijn conclusie heeft opgemerkt, rust op de nationale belastingautoriteiten in dit verband niet de algemene verplichting om volledige toegang te geven tot het dossier waarover zij beschikken of om de documenten en informatie ter ondersteuning van het voorgenomen besluit ambtshalve te verstrekken. Immers, van belastingplichtigen mag worden verwacht dat zij die toegang wensen tot de voormelde informatie, daartoe op eigen initiatief verzoeken. Het is dus niet in strijd met het verdedigingsbeginsel als de belastingautoriteit niet spontaan of ambtshalve overgaat tot het verschaffen van toegang tot deze informatie. Tenslotte overweegt het Hof dat het verdedigingsbeginsel geen absolute gelding heeft,  beperkingen van het verdedigingsbeginsel zijn mogelijk, mits deze beantwoorden aan de doelstellingen van de betrokken maatregel en tevens niet te gelden hebben als een onduldbare ingreep (ECLI:EU:C:2014:2041).

Gelet op het vorenstaande beantwoordt het Hof de prejudiciële vraag als volgt: “Het verdedigingsbeginsel vereist dat particulieren in administratieve procedures ter vaststelling van de heffing van btw, de mogelijkheid moeten hebben om op hun verzoek de informatie te ontvangen die is opgenomen in het administratieve dossier en door de overheidsinstantie bij het nemen van haar besluit in aanmerking is genomen, tenzij de beperking van die toegang is gerechtvaardigd vanuit de doelstelling van het algemeen belang.”

Hof van Justitie van de Europese Unie 9 november 2017, ECLI:EU:C:2017:843.

https://www.navigator.nl/document/id4d2123f57466452eafd4276a4ffee973?ctx=WKNL_CSL_10000001&preventVakstudieRedirectLoop=0