Bewijslastverdeling en juistheid correcties

Belanghebbende, mevrouw X, drijft een eenmanszaak die als bedrijfsactiviteiten heeft de in- en verkoop van pluimveevlees. In 2012 start de Inspecteur een boekenonderzoek naar de aanvaardbaarheid van de aangiften omzetbelasting en inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor de periode 1 januari 2009 tot en met 31 december 2011. Naar aanleiding hiervan legt de Inspecteur aan belanghebbende naheffingsaanslagen omzetbelasting op over het tijdvak 1 januari 2010 tot en met 31 december 2011 met omkering en verzwaring van de bewijslast, waarbij hij uitgaat van een theoretische omzetberekening.

De Rechtbank heeft het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard, waarna belanghebbende hoger beroep heeft ingesteld. In geschil is of de naheffingsaanslag terecht en voor een juist bedrag is opgelegd. Niet langer is in geschil dat de vergrijpboete vernietigd moet worden. Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de Inspecteur de bewijslast ten onrechte heeft omgekeerd en verzwaard en dat de juistheid van de correcties niet is gebleken.

Bewijslastverdeling

Het Hof overweegt allereerst dat indien in de aangifte omzetbelasting een bedrag is verzwegen alleen dan kan worden gezegd dat de vereiste aangifte niet is gedaan, indien het verzwegen bedrag in verhouding tot het totale bedrag van de over dat tijdvak te betalen belasting aanzienlijk is (HR 23 april 1986, nr. 23374, BNB 1986/276). Ook dient het bedrag aan belasting dat als gevolg van de hiervoor bedoelde gebreken in de aangifte niet zou zijn geheven, op zichzelf beschouwd aanzienlijk te zijn (HR 20 mei 1987, nr. 23840, BNB 1987/208). Inhoudelijke gebreken in de aangifte worden slechts in aanmerking genomen indien de belastingplichtige ten tijde van het doen van de aangifte wist of zich ervan bewust moest zijn dat daardoor een aanzienlijk bedrag aan verschuldigde belasting niet zou worden geheven (HR 11 april 2003, nr. 36822, BNB 2003/264). Het voorgaande dient per aangifte afzonderlijk te worden beoordeeld aan de hand van de normale regels van stelplicht en bewijslast.

Het Hof komt tot de conclusie dat belanghebbende zowel absoluut als relatief te weinig belasting heeft aangegeven. Gelet op de gebrekkige staat van de administratie meent het Hof voorts dat belanghebbende zich er minimaal van bewust moet zijn geweest dat zij tot absoluut en relatief te lage bedragen aangifte deed. De Inspecteur heeft aannemelijk gemaakt dat belanghebbende de eerste twee kwartalen 2010 en heel 2011 de vereiste aangiften niet heeft gedaan.

Juistheid correcties

Nu de bewijslast terecht is omgekeerd en verzwaard, rust op belanghebbende de bewijslast om overtuigend aan te tonen dat en in hoeverre de theoretische omzetberekening van de Inspecteur onjuist is. Hierin slaagt belanghebbende naar de mening van het Hof niet. In het controlerapport constateert de Inspecteur dat sprake is van een “extreem en onaanvaardbaar” laag brutowinstpercentage van 5%, respectievelijk 4,1%, in vergelijking met het gangbare brutowinstpercentage binnen de branche van 25%. Het Hof deelt de mening van de Inspecteur, en acht het brutowinstpercentage van belanghebbende ongeloofwaardig laag. Voorts vertoont de administratie van belanghebbende dusdanige gebreken, dat daarin geen bewijs voor het tegendeel kan worden gevonden. Het Hof acht de correcties van de Inspecteur redelijk en aannemelijk.

Ook de correctie van de negatieve kas acht het Hof redelijk en aannemelijk. De verklaring van belanghebbende dat zij een lening van haar zus heeft ontvangen en contant geld heeft meegenomen uit Marokko, acht het Hof niet aannemelijk.

Ten aanzien van de correctie wegens privégebruik van bedrijfsmiddelen geldt dat voor zover de bewijslast niet is omgekeerd en verzwaard, op de Inspecteur de last rust aannemelijk te maken dat en in hoeverre gebruik voor privédoeleinden van de ondernemer plaatsvindt (HR 12 juli 2013, nr. 11/03740, BNB 2013/212). Hierin slaagt de Inspecteur niet. Het Hof acht de verklaring van belanghebbende, dat zij privé beschikt over een auto en mobiele telefoon en alle privégebruik met deze middelen plaatsvindt, aannemelijk. Voor zover de bewijslast is omgekeerd en verzwaard, slaagt belanghebbende niet in haar bewijslast. Daarvoor is haar hiervoor weergegeven verklaring, hoewel aannemelijk, niet overtuigend genoeg.

Het Hof verklaart het beroep (deels) gegrond.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23-08-2016

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2016:6793