Btw-aftrekverbod bij transacties met Roemeense ‘inactieven’ in strijd met EU-recht

Op 3 januari 2011 heeft Paper Consult een dienstenovereenkomst gesloten met Rom Packaging krachtens welke overeenkomst laatstgenoemde diensten heeft verleend aan Paper Consult. Rom Packaging had echter verzuimd de wettelijk verplichte belastingaangiften neer te leggen wat ertoe heeft geleid dat Rom Packaging reeds per 7 oktober 2010 inactief is verklaard om per 1 november 2010 uit het register van btw-plichtigen te worden geschrapt. Het besluit waarin Rom Packaging inactief is verklaard, is door de Roemeense Belastingdienst gepubliceerd op diens internetsite. De Belastingautoriteiten hebben aan Paper Consult te kennen gegeven dat laatstgenoemde geen recht op aftrek heeft van het bedrag dat uit hoofde van btw is betaald door Paper Consult ter zake van door Rom Packaging verrichte diensten. Immers, Rom Packaging heeft deze betreffende diensten aan Paper Consult verricht, nadat Rom Packaging als inactief in het register van ‘inactieve belastingplichtigen’ was ingeschreven. De verwijzende rechter overweegt dat de plicht tot raadpleging van de website van de Belastingdienst om na te gaan of een wederpartij al dan niet inactief verklaard is, niet als een buitensporige last te gelden heeft.

Desalniettemin stelt de verwijzende rechter de navolgende prejudiciële vraag: “Verzet richtlijn 2006/112 zich tegen een nationale regeling op grond waarvan het recht op aftrek van btw wordt geweigerd aan een belastingplichtige op de grond dat de marktdeelnemer die voor hem een dienst heeft verricht door de Belastingdienst van een lidstaat inactief is verklaard, welke inactiefverklaring voor elke belastingplichtige in die lidstaat toegankelijk is op internet?”

Het Hof overweegt dat lidstaten aan belastingplichtigen verplichtingen mogen voorschrijven welke zij noodzakelijk achten ter waarborging van een juiste inning van btw, alsmede ter voorkoming van fraude. Het mag alleen niet zo zijn dat de Belastingdienst ter verwezenlijking van genoemde doelstellingen, vereist dat belastingplichtigen grondige en complexe controles van leveranciers dienen uit te voeren om zo in feite zijn eigen controletaken naar hen door te schuiven. Van dat laatste is in de onderliggende zaak echter geen sprake aangezien het raadplegen van de lijst van inactief verklaarde belastingplichtigen heeft te gelden als een controle welke eenvoudig kan worden uitgevoerd, aldus het Hof. Desondanks overweegt het Hof dat deze wettelijke regeling verder gaat dan nodig is om het nagestreefde doel te bereiken. Immers, ook ingeval Rom Packaging zichzelf als belastingplichtige door middel van reactivering (lees: schrapping van de lijst) heeft geregulariseerd, kan Paper Consult als afnemer het recht op aftrek niet alsnog uitoefenen. De niet-erkenning van het recht op aftrek is zo dan ook definitief. Een zodanige omstandigheid, waarin belastingplichtigen niet de mogelijkheid hebben te bewijzen dat de met de inactief verklaarde marktdeelnemer gesloten transacties voldoen aan de in richtlijn 2006/112 gestelde voorwaarden, gaat verder dan noodzakelijk is ter verwezenlijking van de legitieme doelstelling van de betreffende richtlijn.

Het Hof van Justitie beantwoordt de prejudiciële vraag dan ook als volgt: “Richtlijn 2006/112 verzet zich ertegen dat aftrek van btw wordt geweigerd aan een belastingplichtige op de grond dat de marktdeelnemer die jegens hem een dienst heeft verricht, inactief is verklaard en welke verklaring voor elke belastingplichtige in die lidstaat toegankelijk is, indien deze weigering van het recht op aftrek definitief is en de belastingplichtige niet de mogelijkheid heeft het bewijs te leveren dat geen sprake is van belastingfraude of derving van belastinginkomsten.”

Hof van Justitie van de Europese Unie 19 oktober 2017, ECLI:EU:C:2017:775.

https://www.navigator.nl/document/idfcbf9cad6fb441d08f2c5baa04cd8158?ctx=WKNL_CSL_10000001&preventVakstudieRedirectLoop=0