Materiële voorwaarden bepalend voor toepassing nultarief ICL

Het Portugese filiaal van Euro Tyre BV verkoopt in de jaren 2010 tot en met 2012 banden aan het in Spanje gevestigde Euro Tyre Distribución de Neumáticos SL. Op het tijdstip van deze verkopen was deze onderneming als btw-plichtige ingeschreven in Spanje. Daarentegen was zij in die lidstaat nog niet onderworpen aan de btw-regeling voor intracommunautaire verwervingen en evenmin geregistreerd in het systeem voor de uitwisseling van btw-informatie (VAT Information Exchange System; hierna: “VIES”). Het Portugese filiaal geeft de verkopen aan als intracommunautaire leveringen. De Portugese belastingdienst weigert echter toepassing van het nultarief, omdat de Spaanse afnemer ten tijde van de verkopen noch in Spanje was geregistreerd voor intracommunautaire handelingen, noch in het VIES is opgenomen. Het Portugese filiaal was hiervan op de hoogte, maar verwachtte dat de onderneming met terugwerkende kracht alsnog zou worden opgenomen in het register voor intracommunautaire handelingen en geregistreerd zou worden in het VIES-systeem. In 2013 heeft de Spaanse belastingdienst dit alsnog met terugwerkende kracht per 1 juli 2012 gerealiseerd.

De verwijzende rechter vraagt zich af of in de bovengenoemde situatie – waarbij aan de materiële voorwaarden voor een intracommunautaire levering is voldaan – het nultarief mag worden geweigerd.

Het Hof van Justitie overweegt dat noch uit de Btw-richtlijn, noch uit de rechtspraak volgt dat het beschikken over een btw-identificatienummer of het opgenomen zijn in VIES gelden als materiële voorwaarden voor toepassing van het nultarief bij een intracommunautaire levering. Dergelijke vereisten hebben te gelden als formele voorwaarden voor toepassing van het nultarief, die niet kunnen afdoen aan het recht van de verkoper op de btw-vrijstelling voor zover is voldaan aan de materiële voorwaarden van een intracommunautaire levering

Het beginsel van fiscale neutraliteit vereist immers, aldus het Hof, dat wanneer aan de materiële voorwaarden is voldaan, de btw-vrijstelling wordt verleend, zelfs wanneer de belastingplichtige niet heeft voldaan aan bepaalde formele vereisten (HvJ 20 oktober 2016, Plöckl, C‑24/15, EU:C:2016:791). Dit is slechts anders indien de belastingplichtige opzettelijk heeft deelgenomen aan belastingfraude, of indien niet-naleving van een formeel vereiste het leveren van het zekere bewijs dat aan de materiële voorwaarden is voldaan, heeft verhinderd (HvJ 20 oktober 2016, Plöckl, C‑24/15, EU:C:2016:791). Tot slot mag het nultarief zelfs niet worden geweigerd als de verkoper op de hoogte is dat de afnemer nog niet aan de formele eisen voldoet, maar dat naar verwachting met terugwerkende kracht wel gaat doen.

Het Hof acht de weigering van het nultarief voor een intracommunautaire levering enkel en alleen omdat de afnemer noch onder een belastingregeling voor intracommunautaire verwervingen valt noch in het VIES is geregistreerd, derhalve strijdig met de Btw-richtlijn.

Hof van Justitie, 9 februari 2017, ECLI:EU:C:2017:106

http://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?text=&docid=187683&pageIndex=0&doclang=NL&mode=lst&dir=&occ=first&part=1&cid=1293857