Ontbreken van suppletieaangifte t.o.v. andere jaren brengt aanvaarding aanmerkelijke kans van onjuist indienen van aangifte omzetbelasting

De belastingplichtige wordt veroordeeld ter zake van het opdracht geven tot het opzettelijk onjuist doen van aangiften omzetbelasting door een rechtspersoon, meermalen gepleegd. Het gaat om een fiscale fraude zaak.

Ten laste was gelegd aan de onderneming van de belastingplichtige, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 26 maart 2008 tot en met 2 september 2011 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) (maand)aangifte(n) voor de omzetbelasting ten name van de onderneming van de belastingplichtige over verschillende tijdvakken onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, althans laten doen.
De belastingplichtige heeft toen aldaar (telkens) opzettelijk op bij de Belastingdienst te Apeldoorn, ingeleverde aangiftebiljet(ten) omzetbelasting over genoemd(e) aangiftetijdvak(ken), in elk geval één of meer tijdvak(ken), ten onrechte zakelijk weergegeven. Dit feit strekt er toe dat te weinig belasting werd geheven.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat de boekhouder ernstig nalatig is geweest in haar werkzaamheden. De aan de boekhouder gegeven opdracht tot het opmaken van jaarrekeningen en het doen van aangiften vennootschapsbelasting is hij niet nagekomen, terwijl ook de daarvoor benodigde verwerking van de administratie door hem niet of nauwelijks is uitgevoerd.

Hoewel de boekhouder ernstig nalatig is geweest in haar werkzaamheden, betekent dit niet zonder meer dat de verdachte vrijuit gaat. Het hof is van oordeel dat ondanks de beperkte fiscale en boekhoudkundige kennis van de verdachte, zij gelet op de grote verschillen in vergelijking met de gang van zaken bij haar eerdere boekhouder waaronder het feit dat de kasboeken niet langer behoefden te worden aangeleverd en er geen suppletieaangifte werden gedaan, had moeten ingrijpen.

Door niet in te grijpen waar de verdachte had behoren in te grijpen, is zij tekortgeschoten in haar samenwerking met de boekhouder. Door dit tekortschieten, in combinatie met de omstandigheid dat zij zelf maandelijks enkel de bedragen aan omzetbelasting aan haar boekhouder doorgaf, heeft de verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de aangiften omzetbelasting onjuist werden ingediend. Aldus had de verdachte voorwaardelijk opzet op de verboden gedragingen.

De verdachte wordt veroordeeld ter zake van het opdracht geven tot het opzettelijk onjuist doen van aangiften omzetbelasting door een rechtspersoon.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2017:2996