Douanewaarde staat vast doordat de goederen zijn vrijgegeven

Belanghebbende heeft op 8 juni 2016 op eigen naam en voor eigen rekening een aangifte gedaan voor in het vrije verkeer brengen van ruim 31.000 kg alumina. De prijs van de goederen zoals vermeld in de aangifte is ruim negen miljoen dollar, waarbij verkoper A en koper C zijn vermeld. De bijbehorende factuur van 27 maart 2016 waarin dit bedrag is opgenomen, is door eiseres ook overgelegd. De douaneautoriteiten geven de goederen de volgende dag vrij.

Daarnaast wordt door eiseres nog een factuur ingebracht met daarin een bedrag van ruim acht miljoen dollar gemoeid met de levering tussen A en E van dezelfde ruim 31.000 kg alumina. Hierbij komt een verklaring waarin wordt bevestigd dat de factuur is gebaseerd op een contract uit juli 2006.

In geschil is vervolgens of de douane is uitgegaan van de juiste douanewaarde, namelijk de ruim negen miljoen dollar of dat de douanerechten nog kunnen worden vastgesteld op basis van de later ingebrachte factuur tussen A en E.

Eiseres stelt dat er teveel douanerechten worden geheven. De douane is volgens eiseres ten onrechte uitgegaan van de factuurwaarde tussen A en C in plaats van de factuurwaarde tussen A en E. Eiseres eist dientengevolge een vermindering van de UTB.

De douane beroept zich echter op het standpunt dat de transactie voldoet aan de wettelijke eisen en dat het eiseres niet is toegestaan terug te komen op de aangegeven douanewaarde; dat had ten tijde van de aangifte van de aangifte moeten worden gedaan. Daarnaast stelt de douane dat het niet meer mogelijk is om de aangiftegegevens te wijzigen nu de goederen al zijn vrijgegeven.

Met de douane is de rechtbank van oordeel dat een beroep op artikel 347 van de UVo, waarmee de douanewaarde van een eerdere transactie kan worden gehanteerd (die tussen A en E), bij aangifte had moeten worden gedaan. Op grond van artikel 173, tweede lid van het DWU is het niet meer mogelijk om na het vrijgeven van de goederen de aangiftegegevens nog te wijzigen. De rechtbank concludeert zodoende dat de UTB tot het juiste bedrag is opgelegd. Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard.

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBNHO:2018:8718