In hoger beroep 30 maanden gevangenisstraf voor leidinggeven aan accijnsfraude

Na een veroordeling tot 24 maanden gevangenisstraf door de rechtbank, stelde X hoger beroep in. De fiscale fraudekamer van het hof Den Bosch oordeelt onder het appel dat X schuldig is als feitelijk leidinggevende van BV Y aan accijnsfraude, waarbij met vals opgemaakte AGD’s opzettelijk onjuiste aangiften accijns werden ingediend.

De modus operandi hield in dat partijen alcoholhoudende drank door Y BV naar het buitenland vervoerd waarbij afhankelijk van een mogelijke douanecontrole tijdens het vervoer, de partijen drank een afwijkende bestemming konden krijgen.

Het Hof gaat uitvoerig op de modus operandi in. De chauffeur van het expeditiebedrijf deed dit onder dekking van een AGD met doorgaans als bestemming het Verenigd Koninkrijk. Indien er door de Douane een controle werd uitgevoerd dan werd de drank afgeleverd bij de betreffende accijnsgoederenplaats. Wanneer er geen controle werd uitgevoerd, dan werd de drank op een andere locatie – die door X aan de chauffeur zou zijn gecommuniceerd – afgeleverd.

In het laatste geval werd er geen aangifte gedaan ten aanzien van de vervoerde drank. Het in Nederland opgemaakte AGD werd vervolgens vervangen door een vals exemplaar. Met de fraude zou een bedrag bijna 7 miljoen euro gemoeid zijn geweest.

De verdediging had integrale vrijspraak bepleit met name omdat strafbare wetenschap aan de tenlastegelegde feiten zou ontbreken. Het Hof acht strafbare wetenschap van de valsheid van de AGD’s wel aanwezig o.a. op basis van getuigenverklaringen en getapte telefoongesprekken.

Het Hof acht wettig en overtuigend bewezen dat X als feitelijk leidinggevende van Y BV schuldig is aan de accijnsfraude en veroordeelt X tot 30 maanden celstraf. Voorts worden 52 pallets met ruim 40.000 flessen wodka verbeurd verklaard.

Hof Den Bosch 2 april 2019 20-003781-16

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHSHE:2019:1243