Mechanisme om te profiteren van tariefcontingent is geen misbruik van recht

Belanghebbende, een Italiaanse vennootschap, heeft van het douaneagentschap in Italië een bericht tot heffing en inning van aanvullende rechten ontvangen. Het agentschap is van mening dat belanghebbende op onrechtmatige wijze douanerechten en btw heeft ontweken via een frauduleus mechanisme. Het Italiaanse hof van cassatie heeft de behandeling van de zaak geschorst en gevraagd om een prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Het door het douaneagentschap gelaakte mechanisme dat door hen als frauduleus wordt gezien, kan als volgt worden beschreven. Belanghebbende heeft via een andere ondernemingsgroep in 2003 knoflook met als oorsprong Argentinië gekocht in het kader van het tariefcontingent van verordening nr. 565/2002. Hierdoor heeft belanghebbende een verlaagd douanetarief verkregen, hoewel zij zelf niet meer over het noodzakelijke invoercertificaat beschikte. Haar eigen certificaten had belanghebbende reeds gebruikt. Een met de andere onderneming gelieerde partij kocht als houdster van invoercertificaten de partijen knoflook en voerde de goederen in met gebruikmaking van de douanepreferentie. De goederen werden vervolgens eerst verkocht binnen deze ondernemingsgroep en vervolgens doorverkocht aan belanghebbende.

Aan het HvJ EU is de vraag gesteld of bovenstaande situatie in het licht van de relevante verordeningen als verboden onrechtmatige praktijken en rechtsmisbruik ter ontduiking van douanerechten moeten worden beschouwd. Het douaneagentschap verwijt belanghebbende bij wege van misbruik profijt te hebben getrokken van een gedeelte van het tariefcontingent dat aan een andere marktdeelnemer was voorbehouden. Hierdoor zou belanghebbende hebben bijgedragen tot de ontwijking van het in verordening nr. 565/2002 gestelde verbod van overdracht van rechten die uit de certificaten voortvloeien.

Het HvJ EU stelt dat de goederen in de Unie zijn ingevoerd via certificaten waarvan de regelmatigheid niet wordt betwist. Formeel is er daarom geenszins sprake van een schending. De verrichtingen betreffende aankoop, invoer en wederverkoop voldeden afzonderlijk aan de formele voorwaarden voor toekenning van de tariefpreferentie.

Voorts is het HvJ EU van mening dat het onderhavige mechanisme geen afbreuk lijkt te doen aan de doelstellingen die verordening nr. 565/2002 nastreeft. De verordening beoogt niet de markt van de distributie van knoflook in de Unie te regelen, noch de positie van verschillende spelers op deze markt. Een dergelijk mechanisme van koop en verkoop van goederen tussen marktdeelnemers, leidt ook niet tot een ongerechtvaardigde impact van een bepaalde ondernemer op de markt. De verwijzende rechter heeft tevens aangegeven dat de goederen tegen een passende vergoeding zijn overgedragen en er is ook niet in geding of de litigieuze invoer aan de hand van rechtmatig verkregen certificaten is verricht. Tot slot heeft de nieuwe importeur de goederen voor eigen rekening in het vrije verkeer gebracht. Het onderhavige mechanisme doet daarom geen afbreuk aan de doelstelling om certificaataanvragen te beperken, noch aan die om nieuwe ondernemers in staat te stellen actief te worden op de knoflookmarkt.

Gelet op alle voorgaande overwegingen verzetten de relevante verordeningen zich in beginsel niet tegen een mechanisme zoals hier aan de orde is. Dit is zelfs het geval indien het mechanisme gebaseerd is op de wens van de koper in de Unie om van het preferentiële tarief te profiteren en om zich aldus op goedkopere wijze waren te verschaffen dan het geval zou zijn voor waren die buiten het contingent worden ingevoerd, en zelfs indien deze importeur en de andere betrokken ondernemers zich daarvan bewust zijn, niet a priori worden aangemerkt als bestaande uit transacties waarvoor voor geen enkele van de betrokkenen een economische en commerciële rechtvaardiging bestaat. Het HvJ EU verwijst naar de arresten SICES e.a., C 155/13, EU:C:2014:145, punt 38, en Cimmino e.a., C 607/13, EU:C:2015:448, punt 65.

Instantie: Hof van Justitie van de Europese Unie
Datum arrest: 14/4/2016

http://curia.europa.eu/juris/liste.jsf?language=nl&td=ALL&num=C-131/14