OLAF-rapport biedt voldoende overtuigend bewijs voor naheffing

Op 5 december 2015 doet A B.V. in naam en voor rekening van eiseres aangifte voor in het vrije verkeer brengen van zonnepanelen met als land van oorsprong Taiwan. Bij de betreffende aangifte wordt een Certificaat van Oorsprong overlegd van de New Taipei City Chamber of Commerce met B Ltd gevestigd in Taiwan als exporteur en eiseres als importeur. Volgens de bill of lading zijn de zonnepanelen via Taiwan naar Rotterdam vervoerd.

Het Europees bureau voor fraudebestrijding (hierna OLAF) heeft echter in dezelfde periode onderzoek verricht naar Chinese zonnepanelen die via Taiwan worden verhandeld. Uit het onderzoek komt naar voren dat de betreffende zonnepanelen via een Chinese verkoper in de Free Trade Zone in Taiwan terecht zijn gekomen. De Taiwanese douane bevestigt dat het be- of verwerken van goederen in de Free Trade Zone uitdrukkelijk verboden is.

In geschil is of de Inspecteur vervolgens terecht is overgegaan tot boeking achteraf van antidumpingrechten en in het bijzonder of is gebleken dat de zonnepanelen van Chinese oorsprong zijn.

Eiseres stelt zich op het standpunt dat op grond van artikel 78, derde lid, CDW overtuigend moet worden aangetoond dat de zonnepanelen van Chinese oorsprong zijn. Eiseres meent dat verweerder niet aan zijn bewijslast heeft voldaan nu uit de gegevens van het OLAF-rapport blijkt dat de gegevens aangaande de koppeling van containers met zonnepanelen niet verifieerbaar zijn en zodoende de Chinese oorsprong niet is gebleken. Ook kan volgens eiseres verweer niet volstaan met slechts aannemelijk maken.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat hij aan zijn bewijslast heeft voldaan nu uit het OLAF-onderzoek is gebleken dat de door eiseres ingevoerde zonnepanelen vanuit China via Taiwan naar de Europese Unie zijn doorgevoerd. Doordat er geen be- of verwerking is toegestaan de Free Trade Zone hebben de zonnepanelen de oorsprong China behouden.

De rechtbank overweegt dat uit het woord ‘blijken’ volgt dat dit wordt gebruikt wanneer bepaalde feiten overtuigend moeten worden aangetoond (HR 27 januari 1971, ECLI:GHAMS:2016:5574). Nu uit het OLAF-rapport blijkt dat de aantallen, het type en het gewicht van de in geding zijnde zonnepanelen die uit de Free Trade Zone zijn uitgeslagen onder vermelding van oorsprong Taiwan en één dag eerder in de Free Trade Zone zijn ingeslagen onder opgave van oorsprong China en ook het opgegeven containernummer, de naam van de Taiwanese exporteur overeenkomen, kan geconcludeerd worden dat de werkelijk oorsprong China is.

Anders dan eiseres heeft betoogd, acht de rechtbank de informatie uit de administratie van de Free Trade Zone voldoende bewijs en is het niet noodzakelijk dat ook de onderliggende bescheiden worden overlegd. Verweerder heeft zodoende aan zijn bewijslast voldaan. De antidumpingrechten zijn terecht nagevorderd.

Rechtbank Noord-Holland 3 mei 2018 (publicatie 10 januari 2019), ECLI:NL:RBNHO:2018:3557

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBNHO:2018:3557