Adviseur mocht naar het oordeel van de Rechtbank vertrouwen op de aangeleverde administratie en spreekt adviseur vrij van belastingfraude

Aan verdachte, een VOF, is tenlastegelegd dat hij opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting heeft ingediend voor X.

Verdachte voerde de administratie voor X. X handelde in gebruikte auto’s. Een deel van deze auto’s kocht X bij ondernemers en particulieren in België en vervolgens verkocht X deze auto’s in Nederland. Over de transacties tussen de Belgische leveranciers en X is geen BTW verschuldigd. Op de auto’s kunnen bij de doorverkoop verschillende BTW-regimes van toepassing zijn, namelijk het normale BTW-regime en de margeregeling.

X leverde zijn administratie in bij verdachte, waarna de administratie werd verwerkt en (onder meer) de aangiften omzetbelasting werden ingediend. Bij het doen van die aangiften, maakte verdachte gebruik van inkoopverklaringen en inkoopfacturen die door X aan verdachte beschikbaar waren gesteld.

Uit onderzoek van de FIOD is gebleken dat een deel van de facturen en inkoopverklaringen waarop verdachte de aangiften omzetbelasting voor X heeft gebaseerd, vervalst waren. Bij het opmaken van de aangiften omzetbelasting is voor het berekenen van de verschuldigde omzetbelasting uitgegaan van de margeregeling en niet van de normale BTW-regeling. Het gevolg daarvan is geweest dat een te lage omzet is opgegeven, waardoor een te laag bedrag aan omzetbelasting door X is voldaan.

Gelet op de omvang van de administratie van X, de al jarenlang bestaande en probleemloze relatie tussen verdachte en X, het gegeven dat de kopiefacturen en de diverse inkoopverklaringen zich verspreid over het omvangrijke dossier bevinden, de jarenlange ervaring van X bij de aankoop van auto’s in het buitenland en het feit dat verdachte X bekend zou behoren te zijn met de margeregeling, is de Rechtbank van oordeel dat verdachte mocht vertrouwen op de juistheid van de door X aangeleverde administratie.

Dat verdachte het onjuist inboeken van de verkoopfacturen willens en wetens heeft gedaan, kan naar het oordeel van de Rechtbank niet worden vastgesteld. De Rechtbank verwijt verdachte wel dat enkele tegenstrijdigheden in de administratie niet door verdachte zijn opgemerkt. Nu deze enkele transacties – in het licht van het totaal aantal transacties – slechts een zeer beperkt deel uitmaken van de totale administratie, is de Rechtbank van oordeel dat niet gezegd kan worden dat verdachte door het achterwege laten van nader onderzoek naar deze enkele transacties, de aanmerkelijke kans op het doen van een onjuiste en onvolledige aangifte omzetbelasting ook heeft aanvaard. Immers heeft de Rechtbank geen bijkomende feiten en omstandigheden vast kunnen stellen op grond waarvan verdachte extra alert had dienen te zijn op onvolkomenheden in de administratie zoals deze door X ter verwerking werd aangeboden. 

De Rechtbank spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde.

Rechtbank Oost-Brabant 13 november 2017 (niet gepubliceerd)