Auto(verhuur)bedrijf houdt – ondanks waarschuwingen – geen kasadministratie bij

Aan belanghebbende, een VOF met drie firmanten, is een aanslag in de omzetbelasting opgelegd en een vergrijpboete van € 13.890.

De activiteiten van belanghebbende bestaan uit de handel in en het verhuren van nieuwe en gebruikte auto’s. Naar aanleiding van een ingesteld boekenonderzoek heeft de inspecteur geconcludeerd dat er een negatief kassaldo is en een negatief netto privé van één van de firmanten van belanghebbende. Om die reden heeft de inspecteur de omzet gecorrigeerd en verhoogd.

In geschil is onder meer of de vergrijpboete terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd.

Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de VOF per 31 december 2012 is ontbonden, zodat geen boete kan worden opgelegd. Het Hof overweegt dat uit een uittreksel van de Kamer van Koophandel blijkt dat de VOF nog actief was en bovendien was het voor derden niet kenbaar dat de VOF was ontbonden. Ter zitting is naar voren gekomen dat de onderneming van belanghebbende op de website wordt gepresenteerd als VOF. Belanghebbende heeft geen stukken ingebracht op grond waarvan moet worden geoordeeld dat voor derden kenbaar was dat de VOF was ontbonden op het moment van opleggen van de boete. De inspecteur was derhalve naar het oordeel van het Hof bevoegd om een boete op te leggen.

Met de Rechtbank is het Hof verder van oordeel dat belanghebbende ondanks eerdere waarschuwingen geen kasadministratie bijhield, terwijl dit gezien de aard van de onderneming wel vereist was, en dat het negatieve kassaldo aanvankelijk was weggewerkt met stortingen in contanten waarvan de herkomst onbekend was. Het Hof deelt het oordeel van de Rechtbank dat daarmee is bewezen dat belanghebbende verwijtbaar nalatig is geweest in het voeren van een deugdelijke administratie en dat het aan grove schuld van belanghebbende is te wijten dat daardoor te weinig omzetbelasting op aangifte is voldaan.

Het Hof verwerpt tot slot de stelling van belanghebbende dat sprake is van dubbele beboeting. Er is niet gebleken van dubbele beboeting, nu de aan firmant B voor de inkomstenbelasting opgelegde boete is verminderd tot nihil.

De Rechtbank heeft de boete reeds gematigd tot € 11.074. Het Hof ziet geen aanleiding om tot verdere matiging over te gaan.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2019:1571