Datum van verzuim is bepalend bij de vraag of (inmiddels vervallen) werkinstructie van toepassing is

Aan belanghebbende is een verzuimboete opgelegd van € 344 wegens het niet (tijdig) doen van aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2014.

De inspecteur heeft belanghebbende uitgenodigd, herinnerd en aangemaand tot het doen van aangifte inkomstenbelasting. De uiterste datum was 18 november 2015. Omdat de aangifte niet was ingediend, is het verzuim per 19 november 2015 ingetreden.

Tot 1 januari 2016 was er regelgeving waarbij de inspecteur – in strafmatigende zin – rekening kon houden met het feit dat de aangifte alsnog werd ingediend kort nadat het verzuim was ingetreden; uiterlijk op de dag dat de inspecteur uitspraak doet op het bezwaar tegen de boetebeschikking. Op basis van deze regelgeving werd in april 2014 tussen de Belastingdienst en het Ministerie van Financiën een werkwijze afgesproken over de behandeling van aangifteverzuimboetes. Daarbij werd onder meer bepaald dat als de aangifte werd gedaan voordat een ambtshalve aanslag was opgelegd, de verzuimboete werd teruggebracht naar € 49. Met ingang van 1 januari 2016 is het boetebeleid gewijzigd.

De inspecteur stelt zich op het standpunt dat de aangifte eerst na 1 januari 2016 alsnog is ingediend en dat derhalve geen beroep (meer) kan worden gedaan op de werkinstructie. Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat het verzuim in 2015 is ingetreden en dat de werkinstructie wel degelijk toepassing dient te vinden.

Het Hof stelt vast dat, na het verstrijken van de aanmaningstermijn, alsnog de aangifte is ingediend en voordat een ambtshalve aanslag is opgelegd. Uit de werkinstructie blijkt dat in een dergelijk geval de verzuimboete wordt teruggebracht naar € 49. Het Hof is van oordeel dat de werkinstructie – hoewel deze was vervallen ten tijde van het doen van aangifte – van toepassing is. Het Hof acht het moment waarop het beboetbare feit is begaan, derhalve 19 november 2015, bepalend voor de vraag of de werkinstructie van toepassing is.

Het Hof vermindert de verzuimboete tot € 49 en acht dit bedrag passend en geboden.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2018:5349