Belanghebbende maakt met e-mail niet aannemelijk dat tijdig aangifte IB/PVV is gedaan

Belanghebbende is uitgenodigd, herinnerd en aangemaand tot het doen van aangifte inkomstenbelasting over 2014. Belanghebbende heeft op enig moment de aangifte ingediend, waarna de aanslag over 2014 is vastgesteld en een verzuimboete van € 344 is opgelegd.

In geschil is of de verzuimboete terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd.

Beoordeeld moet worden of belanghebbende de aangifte heeft ingediend binnen de termijn die was gesteld in de aanmaning, namelijk vóór 18 november 2015. De inspecteur stelt zich op het standpunt dat belanghebbende eerst op 18 februari 2016 de aangifte heeft ingediend.

Belanghebbende heeft aangevoerd dat uit codes die zijn weergegeven in een naar de inspecteur verzonden e-mail kan worden afgeleid dat de aangifte op 7 maart 2015 middels Elsevier-programmatuur is ingediend. De inspecteur heeft collega’s van het automatiseringscentrum in Apeldoorn onderzoek naar de codes laten verrichten. Het onderzoek heeft geen koppeling met een door belanghebbende ingediende aangifte opgeleverd. Het Hof is van oordeel dat uit de codes niet kan worden afgeleid dat belanghebbende op 7 maart 2015 aangifte heeft gedaan. Hetgeen belanghebbende heeft gesteld omtrent het contact met Elsevier over de codes is, gezien de gemotiveerde betwisting door de inspecteur, onvoldoende om tot een ander oordeel te komen.

Belanghebbende stelt voorts dat een medewerkster van de Belastingdienst contact met haar heeft gezocht en aan haar heeft meegedeeld dat de op 7 maart 2015 middels Elsevier-programmatuur ingediende aangifte niet in het systeem van de Belastingdienst kon worden verwerkt. Deze medewerkster zou hebben verzocht de aangifte nogmaals in te dienen. Belanghebbende stelt dat zij op 18 februari 2016 aan dat verzoek heeft voldaan.

Belanghebbende heeft desgevraagd geen verklaring kunnen geven waarom haar belastingconsulent, na het vermeend doen van de aangifte op 7 maart 2015, op 27 maart 2015 om individueel uitstel heeft verzocht voor het doen van de aangifte van belanghebbende. Het Hof is van oordeel dat er te weinig steun is voor het standpunt van belanghebbende dat op 7 maart 2015 de aangifte is ingediend. Het Hof acht niet aannemelijk dat dit tijdig is gedaan.

De opgelegde verzuimboete is naar het oordeel van het Hof passend en geboden.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:3103