Belanghebbende maakt tijdens controle opmerking over het Europese recht en was kennelijk op de hoogte van vigerende wet- en regelgeving

Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd ten bedrage van € 12.901. Tevens is een verzuimboete opgelegd van € 5.278.

Belanghebbende staat ingeschreven in Nederland. Op 23 oktober 2012 is belanghebbende in Nederland als bestuurder van een motorrijtuig, voorzien van een Duits kenteken, betrokken geweest bij een ongeval. Op 26 oktober 2015 is door een verbalisant van de politie bij een controle geconstateerd dat met het motorrijtuig gebruik gemaakt werd van de openbare weg in Nederland. Belanghebbende was op dat moment de bestuurder van het motorrijtuig en maakte een opmerking dat de Nederlandse wettelijke bepalingen betreffende het als ingezetene van Nederland rijden in een auto met een buitenlands kenteken in strijd zijn met het Europese recht.

De politie heeft hiervan melding gemaakt bij de inspecteur. Naar aanleiding daarvan zijn de naheffingsaanslag en verzuimboete opgelegd.

Het Hof is van oordeel dat de naheffingsaanslag terecht aan belanghebbende is opgelegd. Daarmee staat vast dat sprake is van een verzuim. Als uitgangspunt heeft te gelden dat een verzuimboete van 100% wordt opgelegd, met inachtneming van het wettelijk maximum. Dit neemt evenwel niet weg dat de belastingrechter in het kader van straftoemeting gehouden is om te beoordelen wat een passende en geboden sanctie is voor het verzuim dat door de belastingplichtige is begaan.

Belanghebbende heeft geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit volgt dat sprake is van avas en ook overigens is daarvan niet gebleken. De gestelde omstandigheden dat hem nimmer was verteld wat de gevolgen kunnen zijn van het rijden met een buitenlands kenteken kan niet als zodanig gelden. Hof merkt bovendien op dat belanghebbende blijkens zijn op 26 oktober 2015 tegenover de politieambtenaar gemaakte opmerking over strijd met het Europese recht kennelijk wel op de hoogte was van de gevolgen.

Gelet op alle relevante omstandigheden van het geval, waaronder de omstandigheden dat belanghebbende op 23 oktober 2012 het motorrijtuig in Nederland heeft bestuurd, dat in het mutatierapport van de politie melding wordt gemaakt van het gebruik van het motorrijtuig gedurende geruime tijd alsmede de gemaakte opmerking van belanghebbende waaruit volgt dat belanghebbende op de hoogte was van de bepalingen, acht het Hof de opgelegde verzuimboete van € 5.278 passend en geboden.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:8440