Belastingdienst mocht gegevens van FIOD gebruiken om VOF als inhoudingsplichtige aan te merken

De inspecteur heeft aan belanghebbende naheffingsaanslagen loonheffingen opgelegd alsmede boetes omdat belanghebbende als inhoudingsplichtige zou moeten  worden aangemerkt.

Belanghebbende is een vennootschap onder firma (VOF). Belanghebbende heeft tot doel het verrichten van koeriersdiensten in de ruimste zin van het woord. Als vennoten staan A en B ingeschreven alsmede een zestigtal chauffeurs. A heeft de dagelijkse leiding en B beschikt over de vakbekwaamheid.

Eind 2013 heeft de FIOD een strafrechtelijk onderzoek naar belanghebbende ingesteld wegens verdenking van valsheid in geschrifte. Eind 2014 heeft de FIOD de inspecteur toestemming gegeven om de tijdens het strafrechtelijk onderzoek opgestelde documenten te gebruiken voor fiscale doeleinden en het dossier in handen gesteld van de Belastingdienst. De inspecteur heeft geconcludeerd dat de chauffeurs niet als vennoot kunnen worden aangemerkt en dat zij geen ondernemer zijn voor de heffing van inkomstenbelasting, maar dat zij in dienstbetrekking werkzaam zijn bij A en B.

Voor zover belanghebbende heeft gesteld dat de omstandigheid dat het Openbaar Ministerie na het onderzoek van de FIOD heeft besloten niet strafrechtelijk tot vervolging over te gaan maar de uitkomsten van het onderzoek in handen te stellen van de Belastingdienst, meebrengt dat aan de uitkomsten van dat onderzoek voor de heffing van belasting, met name aan de verklaringen die tijdens dat onderzoek zijn afgelegd, geen waarde mag worden gehecht, verwerpt het Hof die stelling. De uitkomsten van het FIOD-onderzoek kunnen volgens het Hof in de belastingprocedure worden gebruikt, reeds omdat het strafrechtelijk onderzoek niet is aangevangen. Daarbij komt dat de verklaringen die de chauffeurs tijdens dat onderzoek hebben afgelegd omtrent hun werkzaamheden en de verhouding tot C, inhoudelijk overeenkomen met verklaringen die andere chauffeurs hebben afgelegd tijdens een verkeerscontrole en met de gegevens die voortkomen uit het derdenonderzoek bij C.

Het Hof concludeert dat de naheffingsaanslagen loonheffingen en boetebeschikkingen terecht zijn opgelegd.

Gerechtshof Den Haag 3 april 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:752

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2018:752