Bestuurder van twee bijlesinstituten veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf én verbod om als bestuurder op te treden

De Rechtbank stelt vast dat verdachte, als bestuurder van twee bijlesinstituten, belastingfraude heeft gepleegd. Bij het ene instituut is in het geheel geen aangifte loonbelastingen gedaan. Verdachte heeft verklaard dat hij zich jarenlang heeft afgesloten voor de administratie en de consequenties daarvan. Verdachte zou naar eigen zeggen zelfs een appartement gehuurd hebben om ‘vervelende post’ naar toe te laten sturen.

Ten aanzien van het andere instituut heeft de Rechtbank vastgesteld dat de aangiften loonbelasting door X tot een te laag bedrag, en dus onjuist, zijn gedaan. Uit het dossier komt naar voren dat de bedrijfsvoering te wensen overliet en verdachte daarvoor verantwoordelijk was. Dit geldt zeker voor het voeren van een loonadministratie en het doen van aangiften loonbelasting voor zijn werknemers. Verdachte was zich naar het oordeel van de Rechtbank bewust van zijn administratieve (wan)beleid en heeft welbewust de ogen gesloten voor de mogelijke gevolgen daarvan. Door op een dergelijke wijze een bedrijf te runnen, was de kans op het doen van onjuiste aangiften door X aanmerkelijk en heeft verdachte die kans welbewust aanvaard.

Het uiteindelijke belastingnadeel bedraagt € 496.081. De Rechtbank houdt rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, bestaande uit zorgen om de gezondheid van zijn kinderen en grote financiële zorgen in verband met de door de onderhavige strafzaak ontstane schulden. Verdachte heeft verder hulp gezocht bij een psycholoog.

Ten nadele van verdachte houdt de Rechtbank rekening met het feit dat verdachte zijn gedrag niet uit eigen beweging heeft beëindigd en verdachte ter zitting is teruggekomen op zijn eerder afgelegde verklaring waarmee hij zijn aandeel in de strafbare feiten tracht te relativeren en de verantwoordelijkheid voor de gemaakte fouten binnen de bedrijfsvoering bij anderen lijkt neer te leggen.

De Rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden en bepaalt dat verdachte gedurende drie jaren geen bestuurder meer mag zijn van een rechtspersoon.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2019:3883