Boekhouder veroordeeld tot werkstraf en beroepsverbod voor het indienen van 91 onjuiste aangiftes omzetbelasting voor een cliënt

Verdachte is boekhouder. Hem is ten laste gelegd dat hij voor 4 bedrijven in totaal 91 onjuiste aangiftes omzetbelasting heeft gedaan in de periode 2011 tot en met 2017. Dat waren bedrijven van één van zijn cliënten. Verdachte heeft zich hiermee schuldig gemaakt aan het medeplegen van belastingfraude, omdat hij zijn cliënt in staat heeft gesteld op zeer grote schaal fraude te plegen. Verdachte heeft bekend dat hij de aangiftes niet heeft gedaan conform de boekhouding, maar heeft aangepast op verzoek. Hij wist dat de ingediende aangiftes omzetbelasting niet klopten met de werkelijkheid.

De Rechtbank heeft gekeken naar  de oriëntatiepunten voor straftoemeting. Gezien de hoogte van het benadelingsbedrag van ruim € 2.500.000 aan te weinig betaalde omzetbelasting zou in beginsel een gevangenisstraf van enige jaren op zijn plaats zijn. De Rechtbank vindt het in deze zaak echter niet passend het benadelingsbedrag als uitgangspunt te nemen voor de strafmaat. Reden hiervoor is dat niet is gebleken dat verdachte op de hoogte was van de precieze omvang van de fraude, dat hij geen initiatiefnemer was, dat hij een ondergeschikte rol had en geen financieel voordeel heeft gehad van de belastingfraude en dat hij vanaf de start van de onderzoeken openheid van zaken heeft gegeven.

In strafverzwarende zin weegt de Rechtbank mee dat verdachte de feiten heeft gepleegd als boekhouder en dat hij hiermee is begonnen toen hij nog in een proeftijd liep van een veroordeling voor het plegen van verduistering in dienstbetrekking. Verdachte moet zich als boekhouder bewust zijn geweest van het verwijtbare van zijn handelen. Hij heeft jarenlang belastingfraude gefaciliteerd en de schatkist, en daarmee de maatschappij, benadeeld.

De Rechtbank legt verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden en een taakstraf van 240 uur op. Daarnaast heeft de Rechtbank verdachte een beroepsverbod van vijf jaar opgelegd om hem ervan te weerhouden opnieuw dergelijke feiten te plegen.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:10216