Boetes worden opgelegd volgens de regels die gelden ten tijde van de inkeer in plaats van ten tijde van het doen van de (onjuiste) aangifte

Belanghebbende heeft bij brief van 11 november 2015 een beroep gedaan op de inkeerregeling. Er zijn navorderingsaanslagen inkomstenbelasting opgelegd alsmede boetes van 30% dan wel 60%.

In geschil is de vraag of de boetes terecht zijn opgelegd. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de boetes zijn opgelegd in strijd met art. 7 EVRM en art. 15 IVBPR. Belanghebbende stelt dat het nulla poena-beginsel uit art. 7 EVRM en art. 15 IVBPR eveneens geldt ten aanzien van de beleidsregels zoals neergelegd in het BBBB. Hij stelt dat gelet op de tekst van het BBBB ten tijde van het begaan van het beboetbare feit (het indienen van onjuiste aangiftes) hij erop mocht vertrouwen dat na de inkeer geen hogere boete zou worden opgelegd dan de boete die zou zijn opgelegd ten tijde van het indienen van de aangifte. Dat zou ook moeten gelden in het geval dat na wijziging van de beleidsregels wordt ingekeerd.

De Rechtbank oordeelt dat het in art. 7 EVRM en art. 15 IVBPR vervatte nulla poena-beginsel, dat inhoudt dat geen zwaardere straf mag worden opgelegd dan de straf die van toepassing was ten tijde van het begaan van de overtreding, eveneens geldt ten aanzien van de toepassing van beleidsregels. De bepalingen in het BBBB zijn naar het oordeel van de Rechtbank te beschouwen als regels van sanctierecht in de zin van het arrest van de Hoge Raad van 12 juli 2011, waarmee binnen het bereik wordt gekomen van art. 7 EVRM en art. 15 IVBPR.

De stelling van belanghebbende dat de beleidsregels van toepassing blijven zoals die luidden ten tijde van het begaan van het beboetbare feit, volgt de Rechtbank  eveneens niet. Naar het oordeel van de Rechtbank zijn de wettelijke bepalingen en de beleidsregels onlosmakelijk met elkaar verbonden. Aangezien de vrijwillige inkeer pas in 2015 heeft plaatsgevonden en op deze inkeer de destijds geldende art. 67n AWR van toepassing is, dienen naar het oordeel van de Rechtbank eveneens de destijds geldende beleidsregels tot uitgangspunt te worden genomen. Het per 1 januari 2014 ingevoerde vierde lid van paragraaf 1 van het BBBB verhindert de toepassing van de vóór 1 januari 2014 geldende beleidsregels.

De inspecteur heeft de boetes daarom terecht en overigens naar de juiste bedragen opgelegd. De Rechtbank acht de opgelegde boetes passend en geboden.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2019:3875