Celstraf en voorwaardelijk bestuursverbod voor bestuurder die € 1.600.000 privékosten op de zaak boekte

Aan verdachte, een directeur grootaandeelhouder, wordt onder andere valsheid in geschrift en belastingfraude ten laste gelegd. Eerder berichtte het OM al via een persbericht dat er 2,5 jaar cel was geëist en een bestuursverbod voor een periode van 5 jaren.

De Rechtbank is van oordeel dat verdachte over een periode van 5 jaren facturen heeft vervalst om zo de kosten van geleverde goederen en diensten voor zijn privéwoning zakelijk te kunnen boeken. Als gevolg daarvan heeft hij onjuiste aangiften inkomstenbelasting gedaan en heeft hij bewerkstelligd dat aangiften omzetbelasting en vennootschapsbelasting van zijn vennootschappen over meerdere jaren onjuist zijn gedaan. De FIOD zou in totaal 81 misleidende facturen hebben betrokken in het onderzoek. Het belastingnadeel is berekend op ruim € 1.600.000.

De Rechtbank houdt rekening met het feit dat de continuïteit van verdachtes vennootschappen gevaar loopt wanneer verdachte langere tijd vast komt te zitten. De Rechtbank merkt hierbij wel op dat dit het gevolg is van verdachtes eigen handelen, maar houdt in strafmatigende zin rekening met de continuïteit van de onderneming in het belang van de werknemers.

De Rechtbank acht – met in achtneming van alle feiten en omstandigheden – een gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden passend en geboden. Ten aanzien van het bestuursverbod is de Rechtbank – samen met de verdediging – van oordeel dat deze straf niet opgelegd kan worden voor feiten die zijn begaan vóór 1 april 2010.

Nu de meeste vervalste facturen die ten grondslag hebben gelegen aan de belastingfeiten dateren van 2008 en 2009, acht de Rechtbank een onvoorwaardelijke oplegging van deze zware, bijkomende, straf niet in verhouding staan tot de feiten die overblijven. De Rechtbank acht het echter wel aangewezen, gelet op het misbruik dat verdachte langdurig heeft gemaakt van zijn positie als bestuurder en om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw soortgelijke feiten te begaan, om een bestuursverbod in voorwaardelijke zin op te leggen.

De Rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 22 maanden en tot een voorwaardelijk verbod om het beroep als bestuurder uit te voeren voor de duur van 2 jaar met een proeftijd van 2 jaar.

Bron

Rechtbank Gelderland 22 september 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:5117

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2016:5117