Computerhandelaar verzwijgt omzet en brengt privé-uitgaven ten laste van de winst

Belanghebbende is betrokken bij de exploitatie van een handel in computers en computeronderdelen. De activiteiten bestaan uit de exploitatie van een webshop en twee winkels.

Aan belanghebbende zijn onder meer vergrijpboetes omzet- en inkomstenbelasting opgelegd. De inspecteur is van oordeel dat belanghebbende bewust kosten ten laste van het resultaat heeft gebracht die geen betrekking hebben op de onderneming en dat hij daarmee bewust omzet buiten de boeken heeft gehouden.

In geschil is onder meer of de vergrijpboetes terecht en tot de juiste bedragen zijn opgelegd.

Naar het oordeel van het Hof heeft de inspecteur aannemelijk gemaakt dat belanghebbende opzettelijk zijn bron van inkomen heeft verzwegen en heeft getracht te doen voorkomen dat de voordelen uit die bron door X CV werden genoten. Het Hof stelt om die reden vast dat belanghebbende opzettelijk de omzet van de handel in computers en computeronderdelen niet heeft opgegeven voor de jaren 2007 en 2008. Daarnaast zijn voor het jaar 2009 privé-uitgaven en kosten die niet zien op de eenmanszaak in aftrek gebracht. De combinatie van de niet aangegeven omzet, de ten onrechte in aftrek gebrachte kosten en de (ondernemers)ervaring van belanghebbende, leidt volgens het Hof tot het oordeel dat belanghebbende wist of zich ervan bewust moest zijn dat daardoor een relatief en absoluut aanzienlijk bedrag aan verschuldigde belasting niet zou worden geheven. De ervaring van belanghebbende blijkt uit zijn betrokkenheid bij andere vennootschappen.

Het Hof ziet evenwel aanleiding de vergrijpboetes te matigen van 50% tot 20% in verband met het feit dat de aanslagen met toepassing van omkering en verzwaring van de bewijslast zijn opgelegd en het feit dat de redelijke termijn is overschreden.

Ten aanzien van de vergrijpboetes ter zake van de omzetbelasting overweegt het Hof dat de omvang van de in aftrek gebrachte voorbelasting ten aanzien van facturen die op naam van anderen staan of niet in de onderneming thuishoren en de ervaring van belanghebbende leiden tot het oordeel van het Hof dat het aan opzet van belanghebbende is te wijten dat de omzetbelasting niet is betaald. Gelet op de specifieke feiten en omstandigheden en rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn zal het Hof de boete – overeenkomstig de Rechtbank – verder matigen met 20%.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:1860